donderdag 28 februari 2019

IJzersterk




Het kleine, onooglijke, kan net zo spectaculair zijn als het grote. Het wordt meestal bij toeval ontdekt. Al tientallen keren was ik langs de gracht gelopen, niet het mooiste stukje van de stad, vlakbij een urinoir bijvoorbeeld. Het talud is het decor van een heleboel hondenpoep. De baasjes denken dan: goed zo Boris, deponeer ze in het gras, dan hoef ik ze niet op te ruimen.
De stoep is smal, je moet je langs een rij strak geparkeerde auto’s wurmen. En de gemeente heeft er zogenoemde nietjes geplaatst, van die metalen dingen, een meter hoog, waar je je fiets aan kunt vastketenen. Gewoonlijk behouden ze hun glanzende metaalkleur, maar deze zijn bordeauxrood geschilderd. De beide hoeken van het nietje zijn afgerond tot bochten. Op een ervan zit een groen vlekje. Bij nadere beschouwing blijkt het een plantje te zijn. Bij nog nadere beschouwing een varen, een muurvaren. Vaak in de voegen van oude muren te vinden. Van oudsher waren het rotsplanten. Ook zo’n keihard gesteente kent zachte plekken en laat ruimte aan planten die het experiment niet schuwen. Dat biedt overlevingskansen ten opzichte van de minder waaghalzerige concurrentie. De poriën van het metselwerk, zeker in oude, niet perfecte, maar wel oerstevige bouwwerken, laten minuscule druppels water door en als zo’n varen zich er eenmaal heeft gevestigd – wat zonder water, hoe weinig ook, nooit zou lukken – vangt het plantje zelf extra vocht op uit de lucht.
Je kunt dit evenement op een willekeurig tijdstip bezoeken. Je hoeft niet te wachten op de specifieke data van Bokbierfestival, beachvolleybaltoernooi of de verkiezing van de sterkste man van Zutphen. Je staat vooraan, bent de enige toeschouwer. Je laat je verrassen.
Het varentje doet zijn naam geen eer aan, metaalvaren zou het moeten heten. De dag dat ik in het vlekje een muurvaren herkende, meende ik nog dat het zo op het blote metaal zat geplakt. Maar er zit een gaatje in de stalen bocht, daarin is een restje regen blijven staan. Het mengde zich met fijnstof, dat, voor zover van natuurlijke aard – wie zal het zeggen, misschien gecomposteerde stuifmeelkorrels – voor een vruchtbare voedingsbodem heeft gezorgd. De buien van vorige maand hebben de muurvaren goed gedaan, hij staat er fris en fruitig bij, klaar om nieuwe sporen te ontwikkelen, het minuscule, zeer avontuurlijke zaad van varenplanten. Het experiment zal vaak genoeg niet slagen, maar is altijd het proberen waard. Ook op plekken die in eerste instantie succes in de weg lijken te staan. Zoals een stuk metaal. Hoe kom je een lange hete zomer door? De sporen van het antwoord op die vraag zijn nog aanwezig: een paar varenblaadjes, zilvergrijs verkleurd, kleven aan het metaal rondom het levensgaatje. De plant moet verdord zijn geweest, op de wortels na dan. Daar zijn de laatste vleugjes energie naartoe gestuurd. Superefficiënt inspelen op de omstandigheden, planten zijn er ijzersterk in. De muurvaren is dit jaar de glorieuze winnaar van de verkiezing ‘de sterkste plant van Zutphen’. Wat een spektakel! Een leuk evenement om ook in andere steden en dorpen te organiseren.

sander grootendorst © 2019 
column in Achterhoeks Nieuws 27 feb 2019

donderdag 7 februari 2019

Een leegte in het uitzicht

Ze stonden er gedrieën als natuurlijke tegenhangers van het trio metallieke vogelverschrikkende windturbines een eindje noordelijker op bedrijventerrein c.q. woonwijk De Mars in Zutphen. Onderdeel van het gezicht op de stad. Een herinnering bovendien aan het geboomte van het Coenenspark, dat ooit aan de IJsselzijde van het station lag. Lopend langs de rivier werden we vandaag opgeschrikt door het naargeestige geluid van kettinggezaag. En toen het gekraak van een vallende boom. Er was een sieraad aan het stadslandschap onttrokken. Er bleef een leegte in het uitzicht over.



sander grootendorst  © 2018

maandag 4 februari 2019

65 jaar na dato opnieuw een feest van de poëzie



Merijn Schipper, hoofdredacteur van Poëzietijdschrift Awater, was zondagmiddag in de Zutphense bibliotheek een van de veertien voorlezers van vier of meer gedichten uit de beroemde verzamelbundel 'Nieuwe griffels, schone leien', samengesteld in 1954 door Paul Rodenko, die in Zutphen woonde. Met die, ongekend succesvolle, bundel wierp Rodenko een steen in de poel van gezapigheid zoals de poëzie in die periode door velen werd ervaren. 65 jaar na dato werd het voorlezen ervan een waar feest van de poëzie. Kleinschalig, maar groots. De voordrachten klonken stuk voor stuk even bevlogen, de gedichten daardoor als nieuw. Willemijn Meijborg, een kleindochter van Paul Rodenko las diens korte gedicht 'Bommen' voor. Dat maakte de middag compleet.