zondag 19 mei 2019

Hulpje in de natuurhuishouding

Een loopkever genaamd kleine poppenrover steekt een straat in Zutphen over. Met haastige spoed, op hoop van zegen. Zag ze de laatste tijd vaker (maar nog niet in deze stad), in alle gevallen als verkeersslachtoffer. Als loopkever leven is in de geasfalteerde wereld geen sinecure. Hun toename hebben ze mogelijk te danken aan de opmars van de eikenprocessierups, die op het menu staan van poppenroverlarven. Gezonder voor de leefomgeving dan het inzetten van de gifspuit die alle insecten in de eikenboom doodt, zowel vriend als vijand. De natuur draagt gewoonlijk zelf secure oplossingen aan, ook voor door mensen als probleem ervaren omstandigheden. De natuur plaatste als het ware een wereldwijde oproep. De kleine poppenrover, toch al in de buurt, was een van de soorten die zich spontaan als hulpje meldde.
Zie ook: https://www.contactzutphen.nl/nieuws/column/256862/oerend-smart-vriend-en-vijand?redir
sander grootendorst © 2019

Hondenkwatrijn

donderdag 16 mei 2019

Vraag 4



langs een wandelroute. de enige overgebleven vraag. de andere waren verwijderd of verwaaid.
'neem in het plastic zakje 150 gram steenjes mee.'

sander grootendorst © 2019 

vrijdag 3 mei 2019

donderdag 2 mei 2019

Heesterslak



De een z'n regen is de ander z'n zonnetje.
(En een staaltje natura artis magistra).


sander grootendorst © 2019 

vrijdag 26 april 2019

Stadsnatuur 12



Een samengesteld ganzengezin passeert het nest van fuut.

© 2019 sander grootendorst

zondag 21 april 2019

Paralleldreef



Vanavond treedt de bekende dichter Parelleldreef op met zijn nieuwe programma 'omleiding'.

© 2019 sander grootendorst

vrijdag 19 april 2019

Insectenfacebook



🙂Franse veldwesp, meegelift met de klimaatverandering. Zag de eerste in Zutphen circa 2008, sindsdien flink in aantal toegenomen. Geen nazomerse limonadewesp overigens.

© 2019 sander grootendorst

zaterdag 6 april 2019

Bloemenzand

Zandkorrels op de rug van een grijze zandbij. Ze maken kraamkamers in zelf gegraven holletjes in zanderige grond. Zoals zoveel insecten zijn het pioniers. De zanderige terreintjes –– zoals hier in een plantsoen –– kunnen binnen de kortste keren weer verdwenen zijn. Bijvoorbeeld wanneer de beheerder besluit dat er 'werkzaamheden' moeten worden uitgevoerd en tragisch genoeg de daad nog bij het woord gaat voegen ook. Weg bijenwerkzaamheid.
Maar soms zit het mee en blijft de kolonie ongemoeid. De bijen moeten het hebben van het stuifmeel van wilgen, bomen die vroeg in het jaar bloeien. En dan is de grond waarin ze graven nog niet dichtgegroeid. In mei zijn de zandbijen alweer uit het zicht verdwenen. De nieuwe generatie zit onder de grond. Bijen kunnen niet zonder bloemen, zandbijen bovendien niet zonder zand.



sander grootendorst © 2019

donderdag 28 februari 2019

IJzersterk




Het kleine, onooglijke, kan net zo spectaculair zijn als het grote. Het wordt meestal bij toeval ontdekt. Al tientallen keren was ik langs de gracht gelopen, niet het mooiste stukje van de stad, vlakbij een urinoir bijvoorbeeld. Het talud is het decor van een heleboel hondenpoep. De baasjes denken dan: goed zo Boris, deponeer ze in het gras, dan hoef ik ze niet op te ruimen.
De stoep is smal, je moet je langs een rij strak geparkeerde auto’s wurmen. En de gemeente heeft er zogenoemde nietjes geplaatst, van die metalen dingen, een meter hoog, waar je je fiets aan kunt vastketenen. Gewoonlijk behouden ze hun glanzende metaalkleur, maar deze zijn bordeauxrood geschilderd. De beide hoeken van het nietje zijn afgerond tot bochten. Op een ervan zit een groen vlekje. Bij nadere beschouwing blijkt het een plantje te zijn. Bij nog nadere beschouwing een varen, een muurvaren. Vaak in de voegen van oude muren te vinden. Van oudsher waren het rotsplanten. Ook zo’n keihard gesteente kent zachte plekken en laat ruimte aan planten die het experiment niet schuwen. Dat biedt overlevingskansen ten opzichte van de minder waaghalzerige concurrentie. De poriën van het metselwerk, zeker in oude, niet perfecte, maar wel oerstevige bouwwerken, laten minuscule druppels water door en als zo’n varen zich er eenmaal heeft gevestigd – wat zonder water, hoe weinig ook, nooit zou lukken – vangt het plantje zelf extra vocht op uit de lucht.
Je kunt dit evenement op een willekeurig tijdstip bezoeken. Je hoeft niet te wachten op de specifieke data van Bokbierfestival, beachvolleybaltoernooi of de verkiezing van de sterkste man van Zutphen. Je staat vooraan, bent de enige toeschouwer. Je laat je verrassen.
Het varentje doet zijn naam geen eer aan, metaalvaren zou het moeten heten. De dag dat ik in het vlekje een muurvaren herkende, meende ik nog dat het zo op het blote metaal zat geplakt. Maar er zit een gaatje in de stalen bocht, daarin is een restje regen blijven staan. Het mengde zich met fijnstof, dat, voor zover van natuurlijke aard – wie zal het zeggen, misschien gecomposteerde stuifmeelkorrels – voor een vruchtbare voedingsbodem heeft gezorgd. De buien van vorige maand hebben de muurvaren goed gedaan, hij staat er fris en fruitig bij, klaar om nieuwe sporen te ontwikkelen, het minuscule, zeer avontuurlijke zaad van varenplanten. Het experiment zal vaak genoeg niet slagen, maar is altijd het proberen waard. Ook op plekken die in eerste instantie succes in de weg lijken te staan. Zoals een stuk metaal. Hoe kom je een lange hete zomer door? De sporen van het antwoord op die vraag zijn nog aanwezig: een paar varenblaadjes, zilvergrijs verkleurd, kleven aan het metaal rondom het levensgaatje. De plant moet verdord zijn geweest, op de wortels na dan. Daar zijn de laatste vleugjes energie naartoe gestuurd. Superefficiënt inspelen op de omstandigheden, planten zijn er ijzersterk in. De muurvaren is dit jaar de glorieuze winnaar van de verkiezing ‘de sterkste plant van Zutphen’. Wat een spektakel! Een leuk evenement om ook in andere steden en dorpen te organiseren.

sander grootendorst © 2019 
column in Achterhoeks Nieuws 27 feb 2019

donderdag 7 februari 2019

Een leegte in het uitzicht

Ze stonden er gedrieën als natuurlijke tegenhangers van het trio metallieke vogelverschrikkende windturbines een eindje noordelijker op bedrijventerrein c.q. woonwijk De Mars in Zutphen. Onderdeel van het gezicht op de stad. Een herinnering bovendien aan het geboomte van het Coenenspark, dat ooit aan de IJsselzijde van het station lag. Lopend langs de rivier werden we vandaag opgeschrikt door het naargeestige geluid van kettinggezaag. En toen het gekraak van een vallende boom. Er was een sieraad aan het stadslandschap onttrokken. Er bleef een leegte in het uitzicht over.



sander grootendorst  © 2018

maandag 4 februari 2019

65 jaar na dato opnieuw een feest van de poëzie



Merijn Schipper, hoofdredacteur van Poëzietijdschrift Awater, was zondagmiddag in de Zutphense bibliotheek een van de veertien voorlezers van vier of meer gedichten uit de beroemde verzamelbundel 'Nieuwe griffels, schone leien', samengesteld in 1954 door Paul Rodenko, die in Zutphen woonde. Met die, ongekend succesvolle, bundel wierp Rodenko een steen in de poel van gezapigheid zoals de poëzie in die periode door velen werd ervaren. 65 jaar na dato werd het voorlezen ervan een waar feest van de poëzie. Kleinschalig, maar groots. De voordrachten klonken stuk voor stuk even bevlogen, de gedichten daardoor als nieuw. Willemijn Meijborg, een kleindochter van Paul Rodenko las diens korte gedicht 'Bommen' voor. Dat maakte de middag compleet.

woensdag 30 januari 2019

Sneeuw, mens, dier



De sneeuwdeken die over het landschap ligt terwijl ik dit schrijf, brengt stad en platteland nader tot elkaar, doet grenzen vervagen. Ook heden en verleden worden verbonden: in het park achter de middelbare scholen bekogelen jongens elkaar met sneeuwballen zoals jongens dat in de zestiende eeuw al deden.
En zoals ik dat, korter geleden, deed met mijn inmiddels uit het oog verloren schoolkameraden in een andere stad, ver weg van hier. 
Vandaag voelt het dichtbij. Ik zou de jongens bijna toeroepen: Hé Johan! Hé Johnny! Hé Cock! Maar ik denk niet dat er tegenwoordig nog jongens zijn die Cock heten.
Een man en een hond komen aangewandeld en een van de schoolkameraden, tweedeklassers, schat ik, roept: Even stoppen met gooien! Zodra man en hond zijn gepasseerd, wordt het sneeuwbalspel voortgezet. In het groepje zit blijkbaar een scholier die over natuurlijk leiderschap beschikt, denk ik bij mezelf. Voorbeeldig.
De man beweegt zich behoedzaam over de platgetrapte sneeuw, de aangelijnde hond wil liever snel. In deze weersomstandigheden maakt de hond de indruk de leider te zijn. De natuurlijke leider, wel te verstaan, want de man vindt het zo te zien oké.
Hij groet de jongens vrolijk en ze moeten allemaal lachen om de niet zo voorbeeldige viervoeter. Wanneer honden sneeuw zien, zijn ze niet meer te houden. Zelfs overdreven brave schoothondjes vergeten dat ze in wezen extreem zijn gedomesticeerd. De sneeuw brengt de wolf in hen naar buiten.
In mijn stadstuintje – de kleine omvang verraadt dat dit niet het buitengebied is, ondanks het verhullende sneeuwtapijt – duikt een ander zoogdier op, een bosmuis. Ze komt op het vogelvoer af dat ik op het sneeuwvrij geveegde pad heb gestrooid en vreest de strengheid van de winter niet, daar maakt ze juist handig gebruik van: bij onraad vlucht ze de sneeuwlaag in, ogenblikkelijk onzichtbaar, als in een muizenhol. Ook muizen zijn sneeuwliefhebbers. Hun vijanden, de uilen, minder. In sneeuwrijke winters hebben kerkuilen het zwaar omdat ze hun belangrijkste prooidier, de veldmuis, nergens kunnen zien of horen. Sneeuw dempt alles.
Een groepje mezen dient zich aan, ook al vrolijk, niet vanwege de sneeuw, maar vanwege het voer, vermoed ik – al is dat wellicht te menselijk gedacht. Anderzijds, zoveel verschilt ons dna nou ook weer niet van vogel-dna. Zo hebben koolmezen net als wij elk hun eigen karakter. Dat is onderzocht door biologen. Je hebt de verlegen koolmees, de brutale, de slimme… 
Ze zijn met z’n vijven. Haantje de voorste neemt een duik naar de voedertafel. Is het de verlegen koolmees? (Verlegenheid sluit dapperheid niet uit). Of de slimme, die doorheeft dat er niet héél veel zonnepitten liggen? Ik houd het toch op de brutale.
En zit er een natuurlijke leider in het groepje, een primus inter pares? Het valt uit hun speelse gedrag vandaag niet op te maken.
Eentje heeft er met z’n snavel diep in de sneeuw gezeten, die is helemaal wit. Wil hij een sneeuwgevecht aangaan met z’n kameraden?
O nee, dat is echt al te menselijk gedacht… Maar het gaat vanzelf. Sneeuw brengt mens en dier nader tot elkaar.

© 2019
Sander Grootendorst, Contact/ Achterhoek Nieuws