vrijdag 13 juli 2018

universum



De zon voelt zich als een spin in het web. De spin is de microkosmonaut in het weefsel van haar alomvattende gedachten.

sander grootendorst © 2018

dinsdag 10 juli 2018

haagwinde, dagpauwoog


hoe mooi hij of zij er ook bijzit, in het witte licht van een diepe bloem, de vlinder is geen poseur. niets is gecomponeerd, dit is het.



© sander grootendorst 2018

zondag 1 juli 2018

maai me nou niet weg



Een schittering op een gele bloem. Mijn oog viel erop toen ik eraan voorbijfietste. Ik remde, keerde om en zag dat de zon een sint-jansvlinder deed glinsteren. Een nachtvlinder waarvan de naam niet klopt, want ze zijn overdag actief, zo bleek.
De vlinder nam nectar tot zich in een laatste plukje planten dat was blijven staan na rigoureuze maaiwerkzaamheden in de bermen langs het fietspad. Als het nou een doel had gehad, bijvoorbeeld hoog opgroeiend gewas verwijderen omdat het uitzicht van verkeersdeelnemers werd belemmerd; maar ik kon geen reden bedenken anders dan dat het maaien blijkbaar op de planning had gestaan. De weersomstandigheden, de vele hete dagen sinds begin mei, hebben het leven van plant en dier sterk beïnvloed, het tempo gewijzigd, maar voor de mens geldt helaas: planning is planning. En sommige maaiactiviteiten zijn zo overbodig dat ze alleen als werkverschaffingsproject kunnen worden verklaard.
De droogte van de laatste tijd maakt maaien extra zinloos, begroeiing houdt immers vocht beter vast en beschermt de grond tegen de zon. Overal waar werd gemaaid, is het nu dor. Verschroeide aarde.
Ook onder de beruchte vastgeketende meidoorns zijn alle planten fanatiek verwijderd. Waardoor de overgebleven struiken van dit absurdistische kunstwerk langs de provinciale weg rond Zutphen eveneens op een droogje zijn komen te staan. En ze hebben het al zo zwaar, na die aanval van de perenprachtkever. (De kevers springen slim in op de onnatuurlijke situatie waarin de meidoorns zich geplaatst weten. Het onnatuurlijke maakt kwetsbaar).
Ik kon ze bijna in één blik vangen: de sneue struiken en de sint-jansvlinder, voorlopig overlever van de menselijke maaiwoede.
Beide verschijnselen: een berm ontdoen van wilde planten én het zogenaamd kunstzinnig inperken van groeimogelijkheden van meidoorns zijn symptoom van hetzelfde fenomeen. De mens beschouwt zich als eigenaar van zijn omgeving, van elke vierkante millimeter die de aarde rijk is. Als eigenaar dus ook van alle bermen, struiken en planten. En dat eigendom wil hij onder controle houden, inperken, beknotten, vastketenen.
Hij‹ is grammaticaal juist, maar ook in ander opzicht correct. ›maai me nou niet weg‹, schreef een dichter, niet toevallig een vrouwelijke dichter. Bezit is erg mannelijk. Planning, alles willen beheersen, alles en iedereen korthouden – niet in de laatste plaats vrouwen – zijn eigenschappen van een patriarchale maatschappij. Ik denk ook niet dat een vrouw op het idee zou zijn gekomen dat we als samenleving zoiets naargeestigs nodig zouden hebben als geld.
Zou het door de introductie van de landbouw zo ver zijn gekomen? Grondbezit werd opeens van belang en daar begon de ellende. Eigenlijk gek, dat je grond zou kunnen bezitten. Net zo gek als dat je 'iemand' zou kunnen bezitten, als slaaf bijvoorbeeld. Of als vrouw.
Het wás een wijze vrouw die vorige week tegen mij zei: ›Niemand is van iemand.‹
En inderdaad, het was een mannelijke kunstenaar die bedacht dat je honderden meidoorns aan paaltjes kunt bevestigen, hij liet een modern symbool van slavernij vervaardigen. Dat ook nog eens 1,6 miljoen naargeestige euro's heeft gekost.
Ik zag vorig jaar langs het Twentekanaal een wanhopig koolwitje drinken van een op de grond liggende bloem. De maaiers hadden net hun klus geklaard, het maaisel was nog niet afgevoerd.
Even later kwamen ze eraan. Op een veel te groot uitgevallen machine natuurlijk. Twee mannen. 
Mannen maaien meer kapot dan je lief is.




sander grootendorst © 2018