maandag 28 november 2016

Aanwezigheid

De tijd gaat snel, het nieuws stopt nooit, de behoefte eraan evenmin. En dus denderen de journalisten door, want het is een kwestie van vraag en aanbod. Horen we sirenes, dan gaan we er achteraan. 
    De krant is een weerslag van de stressvolle maatschappij, maar omdat ze op geduldig papier is afgedrukt, verdwijnt bij het lezen toch weer veel van die stress. De krant opengevouwen op tafel, een kop koffie erbij, bladeren, ook door de minder newsy pagina’s, dat geeft een pauze-, geen haastgevoel.
    Op tafel in het Odensehuis in Zutphen lag de Stentor van de dag. Ik was er voor een interview over dit inloophuis voor mensen met beginnende dementie. Samen met fotograaf Ronny te Wechel.
    We hadden als razende reporters kunnen komen binnenstormen wat we wilden, dat had geen zin gehad. In een als huiskamer ingericht voormalige klaslokaal proefden we meteen de sfeer van een ouderwetse sociëteit. Toevallig hadden de fotograaf noch ik die middag een andere afspraak. Gelukkig maar. Het duurde langer dan anders voordat de fotosessie kon beginnen. De coördinator vertelde ons ondertussen over het achterliggende concept. De bezoekers mogen zelf bedenken wat ze willen doen en niets doen is ook toegestaan. Natuurlijk zijn er wat algemene regels en in noodgevallen is achtervang nabij, maar van plannig is verder nauwelijks sprake, niets wordt van hogerhand opgelegd, je voelt geen spoortje bureaucratie. Een verademing als je weet van de grote problemen in de hectische wereld van de zorg voor kwetsbare medemensen. De begeleiders stellen zich zelf ook kwetsbaar op. Dat kan alleen als je zelf de tijd hebt en neemt. De zogenoemde presentietheorie van de Nederlandse professor Andries Baart ligt eraan ten grondslag. Ik heb nog geen tijd gehad me erin te verdiepen, maar het is duidelijk dat het draait om presentie, oftewel aanwezigheid: het is zaak aanwezig te zijn voor de ander. Waarmee je ook je eigen aanwezigheid, je eigen leven, verrijkt.
    Was het maar zo simpel, hoor ik u, en ook mezelf denken. Maar waarschijnlijk oordelen we te haastig…
Het interview was ten einde, ik nam afscheid, liep naar buiten en het was net of de tijd een paar uur had stilgestaan. Een aangenaam gevoel.

© Sander Grootendorst / de Stentor
[28 november 2016]


woensdag 23 november 2016

Elite

,,Nou, die zijn weer lekker lang bezig van ons belastinggeld.”
    Deze zin is me sinds de jaren negentig altijd bijgebleven. Ik werkte voor de krant in Doesburg en had ’s avonds een begrotingsvergadering verlaten om snel nog een stukje te kunnen intikken. Bij de uitgang van het stadhuis passeerden twee mannen en een van beiden sprak die zin uit. Politiek zat toen bij menigeen ook al in het verdomhoekje.
    Ik vond dat ze de raadsleden tekortdeden. Die waren de hele avond aan het wikken en wegen hoe ze het IJsselstadje ondanks de precaire financiële situatie leefbaar konden houden. Voor gemeenteraadswerk word je betaald, maar niet overdreven goed. Een beloning is alleszins gerechtvaardigd: terwijl de gemiddelde burger ’s avonds vermoeid voor de tv zit, is menig raadslid druk doende stukken door te nemen of – inderdaad vaak best lang – te vergaderen. Of hij/zij is de gemeente in voor informatiebijeenkomsten of om met burgers te praten.
    Het ene raadslid doet dat enthousiaster dan het andere, er is verschil in kwaliteit, deze of gene heeft soms een dubbele pet op, hier en daar wordt wel eens een blunder begaan. Waar we als krant dan kritisch op inspringen. Maar ik heb in al die jaren geen raadsleden ontmoet die niet met het hart op de juiste plek politiek bedreven. Ook al deden en doen ze soms niet wat ik als burger wil dat ze doen; maar dat is een kwestie van mening en interpretatie. Of af en toe van onbedoelde onkunde. Allemaal inherent aan democratie.
    Zijn de reacties in pakweg twintig jaar verhevigd? Zouden de mannen die bij het Doesburgse stadhuis lopen nu zeggen: ,,Daarbinnen zit de elite ons een oor aan te naaien?” Het ongenoegen is dieper komen te zitten. Steeds vaker hoor je het woord elite, en ik kan er niets mee. Behoor ik zelf, als journalist, soms tot die elite? (Journalistiek zit ook in het verdomhoekje, denk aan Trumps tirades). Nee, zeker niet, en mijn collega’s evenmin. Toen ik pas begon bij de krant, zei ik tegen een politicus: wat een geweldig vak, 's morgens interview ik de burgemeester en 's middags iemand in het woonwagenkamp en naar allebei luister ik met evenveel belangstelling. De politicus zei: ,,Voor mij geldt precies hetzelfde.” Het is in al die jaren niet veranderd.

© Sander Grootendorst / de Stentor
[21 november 2016]


maandag 7 november 2016

De baadster


Winfried Nimphius is een bescheiden man. Hij was aanwezig bij de onthullingen van vier van zijn kunstwerken langs de Berkel vorige week, maar trad nooit op de voorgrond. Eentje onthulde hij er zelf, het beeld in Lochem, maar hij liet het woord aan zijn landgenoot en CDU-politicus Thomas Bücking, met hem samen trok hij twee vlaggen – een Nederlandse en een Duitse – van het beeld, getiteld ‘Die Badende’.
(Even tussendoor: je kunt ‘die Badende’ onvertaald laten, het is óók Nederlands, in het persbericht stond gewoon ‘de badende’. Wel met het grappige, incorrecte meervoud: ‘de badendes’. Zeker omdat het een kunstwerk is, ligt de vertaling ‘de baadster’ voor de hand: ik moest denken aan het gelijknamige beeld van Auguste Rodin, waarnaar Nimphius met een knipoog lijkt te verwijzen).
De ‘badende’ leidde in Zutphen meteen tot ophef. De Duitse baadster, gemaakt van pleistermortel, een dikkige, maar niet onelegante dame in rood badpak met blauwgeel gestreepte badmuts, staat pal naast de historische Louisebrug; en wil je de Berkelruïne vanaf de oostkant fotograferen, wordt het lastig de baadster buiten beeld te houden.
Een fotograaf reageerde in de Stentor met afschuw. Maar op internet reageerde een andere fotograaf positief: hij vond het contrast tussen de kleurige eigentijdse dame en de eeuwenoude brug en ruïne interessant. Meedenkend met de ene fotograaf leek het mij logischer als het beeld een eind verderop langs de Berkel zou zijn geplaatst, maar met de andere fotograaf ben ik het eigenlijk óók eens. Dat prettige dilemma heb je vaker met kunstuitingen. Ik hou wel van kunstenaars die de grenzen opzoeken en daar vervolgens overheen gaan, die toeschouwer of luisteraar op het verkeerde been zetten. Ze leveren een wezenlijke bijdrage aan de levendigheid van de maatschappij. 
Nimphius ging letterlijk een grens over: De baadster-beelden langs de Berkel zijn bedoeld om de verbinding tussen de bewoners van het Berkelgebied, Duitsers en Nederlanders, te versterken. De oorspronkelijke baadster staat bij de oorsprong van de Berkel in Billerbeck.
110 kilometer westwaarts staat nu dus een van haar zussen, waarschijnlijk nog zonder vergunning geplaatst ook. En toch onthuld door een wethouder! Alleen hele bescheiden kunstenaars krijgen zoiets voor elkaar.

© sgryphaea | de Stentor 7 nov. 2016