zondag 18 oktober 2015

Versluierd licht












Deze foto had ik waarschijnlijk niet genomen wanneer ik in Museum Arnhem  zaterdag niet de tentoonstelling Tegen het licht in had bezocht. De kunstenaars Marc Mulders en Katinka Lampe sloten hiertoe een tijdelijk samenwerkingsverband. Niet dat ze nu samen kunst gingen maken, bij elk van de schilderijen in het museum staat slechts één naam. Wel voerden ze gesprekken over kunst, over de functie, de betekenis en de waarde ervan. Enkele van de heen en weer gestuurde e-mails vormen een onderdeel van de tentoonstelling.
Werken ‘tegen het licht in’ is wat beide kunstenaars doen, al verschillen de resultaten volledig. De dagelijkse werkelijkheid is zo confronterend dat kunstenaars haar niet rechtstreeks weergeven, ze filteren haar eerst, kijken ernaar tussen hun vingers door, waardoor het licht minder hard binnenkomt. Dat doet denken aan wat fotografen in de zomer zeggen: het licht is eigenlijk te hard, licht en donker liggen te ver uit elkaar. (De herfst is een fijner jaargetijde).
Zowel Mulders als Lampe maken ook fotos, de een van de bloemen op zijn erf – geabstraheerd in dikke, emotionele verflagen belanden ze op het doek – de ander van de modellen die ze vervolgens schildert, ze werkt figuratief, legt zich toe op portretten. Bij deze expositie is ‘versluiering’ het thema, van een van de personages zie je alleen de ogen, die kijken door een strakke zwarte doek met gaatjes. Een ander hoofd draagt een doornenkroon,  mogelijk op te vatten als verwijzing naar Mulders’ christelijke geloof, dat op deze expositie verder geen expliciete rol speelt.
Die beide schilderijen van Lampe houden nog enig contact met werk van Mulders, hangend aan weerszijden van diens donkere rozen. Voor het overige zijn het voor mijn gevoel eerder twee tentoonstellingen door elkaar heen dan één samenhangende. De kunstwerken leggen, verdeeld over drie kamers, als het ware wel dezelfde route af: van het donker in de eerste kamer naar het licht in de derde. Maar je krijgt niet het idee dat het onderling klikt. Dat is geen bezwaar, integendeel, de ongemakkelijke verhouding versterkt het verhaal.  Omdat het buiten het museum natuurlijk net zo is, iedereen kijkt anders tegen het licht in. Hier is dat kijken gefilterd tot kunst. 
Het versluierde, geabstraheerde, emotioneel geschilderde brengt je als toeschouwer dichter bij het licht dan wanneer je er meteen op afstapt. Het museum is de wachtkamer.



sander grootendorst | sgryphaea © 2015







vrijdag 16 oktober 2015

Kalligrafie oost en west

De tentoonstelling Azië>Amsterdam in het Rijksmuseum, die zaterdag 17 oktober wordt geopend, neemt de invloed van Aziatische handelscontacten op de Nederlandse Gouden Eeuw onder de loep. Te zien is onder meer een van Japans lakwerk voorziene doos met vrijgeleides voor een Nederlandse handelsmissie, door de shogun van Japan in 1609 overhandigd. Daarin werd de toegang tot Japanse havens voor Nederlandse opperkooplieden geregeld. De brief met de Japanse karakters is een kunstwerk op zichzelf.
Maar kalligraferen konden ook de Europeanen, de monniken voorop, en dat al zónder oosterse invloed. Dat is te zien in een atlas waarin de collectie van planten is afgebeeld die vanuit Azië bij de  Hortus Botanicus belandden. De kleurige illustraties, van de hand van verschillende schilders, zijn later in het boek geplakt en met de hand is erbij geschreven om welke soorten het gaat. We zochten even naar dat handschrift, een krabbel zoals we hem zelf zouden zetten. Maar het waren natuurlijk die zorgvuldig aangebrachte letters boven aan het linker blad, een paar regels monnikenwerk, schrijven op z'n mooist in de tijd dat de boekdrukkunst al bestond.




© sander grootendorst | sgryphaea 2015

maandag 5 oktober 2015

Boekpresentaties

Hoeveel kilo zou het wegen? Vrijdag woonde ik in het luxueuze Grand Hotel aan de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam de presentatie van een kloek en kleuurijk boek over beeldend kunstenaar Erik Renssen bij. Zijn werk is in trek bij kunstliefhebbers over de hele wereld, bij de presentatie waren galeriehouders uit Florida en Taipeh aanwezig. Een van de in het hotel tentoongestelde werken is alweer verkocht aan een verzamelaar uit Libanon.
   Renssen werd in Deventer geboren en groeide op in Zutphen. Vandaar dat ik me namens de Stentor in het gezelschap had begeven. De bijeenkomst was rijk van drank, hapjes en geanimeerde gesprekken. Toespraken waren er van de schrijver van het boek en een bestuurslid van de stadsdeelraad. We werden omringd door kunstwerken van Renssen, schilderijen vooral, maar ook een bronzen stierenkop waarvan de gouden hoorns zich spiegelden in het zwart van de piano ernaast. Een verwijzing naar de minotaurus van de oude Grieken. De moderne kunstenaar verloochent zijn wortels niet. Invloed gaat door eeuwen heen.


   Met het boekwerk in mijn tas en niet te veel drank in mijn lijf – ik moest nog werken –, toog ik huiswaarts.
   De volgende dag was ik opnieuw bij de presentatie van een boek. Nu op het terras van pannenkoekenrestaurant Reuvershoeve ten zuiden van Zutphen. Over de spookboerderij die hier in 2010 afbrandde, schreef Manon Sikkel een kort verhaal, uitgegeven in de Brummense Geitenpers-reeks. We stonden met een klein groepje in de zon, dronken één biertje, voerden geanimeerde gesprekken onder meer over de eeuwenoude spookeik – twee stemmige zwartwit-foto’s daarvan staan bij het verhaal afgedrukt. In de wei speelden kinderen bij de ezels. Marguerite Tuijn van de Geitenpers hield een erg korte toespraak, overhandigde het eerste exemplaar aan de auteur. Enkele aanwezigen vroegen haar of ze het hunne wilde signeren. Het is geen boek, maar een boekje, het weegt bijna niets. Het is zonder meer ook een aantrekkelijk object voor verzamelaars. Ik heb er zelf een handvol van. Er zijn er die de hele Geitenpers-collectie tot hun bezit mogen rekenen. Al zitten daar waarschijnlijk geen verzamelaars uit Florida, Taipeh of Libanon tussen.


© 2015 sander grootendorst
© 2015 de stentor