zaterdag 19 december 2015

Schubert en Tan Dun in de vingers van het Ruysdael Kwartet

Erg goed concert van het Ruysdael Kwartet in Dat Bolwerck in Zutphen gisteravond. Je zou het louterend kunnen noemen, als dat niet zo'n beladen woord was. Energiek, soms haast verbeten, en tegelijkertijd soepel voerde het kwartet werken uit van Schubert en Tan Dun.
Ingewikkelde stukken – van Schubert zijn kwartet in G, van Tan Dun zijn Acht kleuren voor strijkkwartet –, die makkelijk in duigen kunnen vallen wanneer je ook maar even ophoudt er je tanden in te zetten. Beter gezegd: je vingers.

Het kwartet speelde met opperste concentratie en desondanks was er geregeld een of twee seconden tijd voor een blik opzij naar een medespeler. Gezichten spraken boekdelen; je kon het musiceerplezier eraan aflezen. ‘We zijn met z’n vieren goed bezig’, leken ze elkaar onderweg te vertellen. ‘Het gaat lekker.’
Maar deze constatering klinkt dan weer te routineus. Het was meer alsof de kwartetleden de composities, die ze allevier volledig in de vingers hebben, eindelijk voor het eerst ooit aan het publiek mochten laten horen, in de inspirerende setting van het eeuwenoude Bolwerck. Ze straalden uit dat ze zich daar ontzettend op hadden verheugd.
Schubert en Tan Dun, dat zijn twee totaal verschillende muzikale werelden. Al kun je je indenken dat op het publiek destijds, in 1826, dit abstracte, ruim drie kwartier durende kwartet in G revolutionair moet zijn overgekomen; dat doet het eigenlijk nog steeds. Enerzijds is er de chronologische muziekgeschiedenis, anderzijds het effect van tijdloosheid.
Tan Dun mengde in 1988 oosterse en westerse muzikale invloeden met de geluiden van de stad New York. Dat hoef je van tevoren niet te weten om het te kunnen voelen. In die zin is de altijd maar weer ‘ontoegankelijk’ genoemde ‘hedendaagse’ klassieke muziek vaak juist wel open en begrijpelijk; ze spreekt een universele taal.
1988 is alweer bijna dertig jaar geleden. Ingebed in Schuberts werk (het concert begon met diens Quartettsatz) voelde Tan Dun zich hoorbaar thuis – en zichtbaar: de uitvoering van een spannend modern stuk moet je vooral ook zien gebeuren.
Horen en zien hoe het bejegend wordt door de vingers van het Ruysdael Kwartet.

© sander grootendorst
foto PR Ruysdael Kwartet

maandag 7 december 2015

Dichter op zoek naar comfortzone



Gefotografeerd door Willem Feith bij het lezen in de nieuwe dichtbundel tijdens lichte regenval.
Zutphense Koerier, 2 dec. 2015

maandag 23 november 2015

Waterspreeuw


In buitenlandse snelstromende beekjes had ik hem al wel eens waargenomen, in Nederland nog nooit, de waterspreeuw. Voorzitter Hans Grotenhuis van Vogelwerkrgoep Zutphen en omstreken gaf de tip: in Warken, achter Warnsveld, bij de stuw waar de Berkel een arm uitslaat naar het Twentekanaal, daar zat er eentje. Ik fietste erheen en kwam in de drukte terecht. Uit een lange rij in de berm geparkeerde auto’s waren reusachtige telelenzen uitgestapt, gedragen door mannen die het zeldzame vogeltje met hun camera wilden vangen. Kleine moeite: de waterspreeuw – waarschijnlijk hierheen gevlogen vanuit Scandinavië, geen mensen gewend – gedroeg zich tammer dan de gemiddelde dierentuinvogel. We zagen hem af en toe kopje onder gaan om waterinsecten te vangen. Alsof hij voor zoveel belangstellenden een show ten beste gaf. Ik had de neiging te applaudisseren.
In juli van dit jaar sprak ik in Epse met Henk Hietbrink, voorzitter van een andere vogelwerkgroep, die van de IJsselstreek. Hij liet me in zijn huiskamer een opgezet exemplaar van de waterspreeuw zien. ‘Die is hier in februari tegen het raam gevlogen’, vertelde hij. Zijn vrouw had de versufte vogel gevonden en opgeraapt. ‘Uit haar beschrijving door de telefoon maakte ik op dat het een waterspreeuw moest zijn, maar ik kon het niet geloven. Daarvan worden er hooguit een paar per jaar in Nederland gemeld en in woonwijken komen ze nooit.’ Eenmaal thuis constateerde hij dat het wel degelijk een waterspreeuw was – donkerbruin, witte borst, grootte van een merel. Helaas was hij even later dood. We besloten hem te laten opzetten. 
Eigenlijk kan hij het nog steeds niet geloven, hoewel het bewijs tastbaar in de vensterbank staat. Een waterspreeuw in de Berkel is al uitzonderlijk, om dat van dichtbij mee te maken was een vogelaar uit het Friese Joure zelfs helemaal naar Warnsveld gereden. Je kunt zeggen dat de Berkel dankzij stuw en vistrap hier enigszins Scandinavisch aandoet. Maar dat er midden in het dorp een waterspreeuw uitgerekend tegen het raam van de voorzitter van de vogelwerkgroep vliegt, dat is toch wel ontzettend toevallig! 



© 2015 Sander Grootendorst | de Stentor

zondag 22 november 2015

Nieuwe dichtbundel

Nieuwe dichtbundel Sander Grootendorst

Kom uit je comfortzone’, luidt het credo van menig modern adviseur. Alsof het niet een veel grotere uitdaging, welhaast onmogelijke opgave is om in je comfortzone te blijven. Mits je er al een weet te vinden. In zwemles voor de merel doet Sander Grootendorst uit Zutphen er een dichterlijke poging toe. Eerder publiceerde hij de dichtbundels De dood evenmin,Veertig ezelsbruggetjes en, samen met ex-stadsdichter Eke Mannink, Lichtbundel.
Bij zijn zoektocht stuit Grootendorst op vogels en andere beesten van uiteenlopend karakter, hij belandt in landschappen waarvan niet altijd duidelijk is of ze werkelijk bestaan. Beschrijft hij wat hij onderweg ziet of bedenkt hij het ter plekke? En kun je zo’n zoektocht eigenlijk wel in je eentje aan?
Grootendorst is dichter en journalist. Hij schrijft onder meer artikelen over natuur en cultuur voor de Stentor en vormt met Eke Mannink het poëzieduo Vlinderwerk.
zwemles voor de merel is een uitgave van Diepenmaat Uitgeverij & Ontwerpbureau. Het kost 12,50 euro, is te koop in de boekwinkel of te bestellen bij de schrijver: sandergrootendorst@gmail.com.

in de etalage van boekhandel Van Someren aan de Turfstraat in Zutphen

woensdag 18 november 2015

zwemles voor de merel





De dichtbundel 'zwemles voor de merel' ligt vanaf vandaag in de boekhandel, of is daar te bestellen. ISBN 978-90-78115-76-2. Kost 12,50 euro. Bestellen bij mij kan ook: stuur een mailtje naar sandergrootendorst@gmail.com. Er komen dan wel portokosten bij (tenzij ik in de buurt ben).

zondag 18 oktober 2015

Versluierd licht












Deze foto had ik waarschijnlijk niet genomen wanneer ik in Museum Arnhem  zaterdag niet de tentoonstelling Tegen het licht in had bezocht. De kunstenaars Marc Mulders en Katinka Lampe sloten hiertoe een tijdelijk samenwerkingsverband. Niet dat ze nu samen kunst gingen maken, bij elk van de schilderijen in het museum staat slechts één naam. Wel voerden ze gesprekken over kunst, over de functie, de betekenis en de waarde ervan. Enkele van de heen en weer gestuurde e-mails vormen een onderdeel van de tentoonstelling.
Werken ‘tegen het licht in’ is wat beide kunstenaars doen, al verschillen de resultaten volledig. De dagelijkse werkelijkheid is zo confronterend dat kunstenaars haar niet rechtstreeks weergeven, ze filteren haar eerst, kijken ernaar tussen hun vingers door, waardoor het licht minder hard binnenkomt. Dat doet denken aan wat fotografen in de zomer zeggen: het licht is eigenlijk te hard, licht en donker liggen te ver uit elkaar. (De herfst is een fijner jaargetijde).
Zowel Mulders als Lampe maken ook fotos, de een van de bloemen op zijn erf – geabstraheerd in dikke, emotionele verflagen belanden ze op het doek – de ander van de modellen die ze vervolgens schildert, ze werkt figuratief, legt zich toe op portretten. Bij deze expositie is ‘versluiering’ het thema, van een van de personages zie je alleen de ogen, die kijken door een strakke zwarte doek met gaatjes. Een ander hoofd draagt een doornenkroon,  mogelijk op te vatten als verwijzing naar Mulders’ christelijke geloof, dat op deze expositie verder geen expliciete rol speelt.
Die beide schilderijen van Lampe houden nog enig contact met werk van Mulders, hangend aan weerszijden van diens donkere rozen. Voor het overige zijn het voor mijn gevoel eerder twee tentoonstellingen door elkaar heen dan één samenhangende. De kunstwerken leggen, verdeeld over drie kamers, als het ware wel dezelfde route af: van het donker in de eerste kamer naar het licht in de derde. Maar je krijgt niet het idee dat het onderling klikt. Dat is geen bezwaar, integendeel, de ongemakkelijke verhouding versterkt het verhaal.  Omdat het buiten het museum natuurlijk net zo is, iedereen kijkt anders tegen het licht in. Hier is dat kijken gefilterd tot kunst. 
Het versluierde, geabstraheerde, emotioneel geschilderde brengt je als toeschouwer dichter bij het licht dan wanneer je er meteen op afstapt. Het museum is de wachtkamer.



sander grootendorst | sgryphaea © 2015







vrijdag 16 oktober 2015

Kalligrafie oost en west

De tentoonstelling Azië>Amsterdam in het Rijksmuseum, die zaterdag 17 oktober wordt geopend, neemt de invloed van Aziatische handelscontacten op de Nederlandse Gouden Eeuw onder de loep. Te zien is onder meer een van Japans lakwerk voorziene doos met vrijgeleides voor een Nederlandse handelsmissie, door de shogun van Japan in 1609 overhandigd. Daarin werd de toegang tot Japanse havens voor Nederlandse opperkooplieden geregeld. De brief met de Japanse karakters is een kunstwerk op zichzelf.
Maar kalligraferen konden ook de Europeanen, de monniken voorop, en dat al zónder oosterse invloed. Dat is te zien in een atlas waarin de collectie van planten is afgebeeld die vanuit Azië bij de  Hortus Botanicus belandden. De kleurige illustraties, van de hand van verschillende schilders, zijn later in het boek geplakt en met de hand is erbij geschreven om welke soorten het gaat. We zochten even naar dat handschrift, een krabbel zoals we hem zelf zouden zetten. Maar het waren natuurlijk die zorgvuldig aangebrachte letters boven aan het linker blad, een paar regels monnikenwerk, schrijven op z'n mooist in de tijd dat de boekdrukkunst al bestond.




© sander grootendorst | sgryphaea 2015

maandag 5 oktober 2015

Boekpresentaties

Hoeveel kilo zou het wegen? Vrijdag woonde ik in het luxueuze Grand Hotel aan de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam de presentatie van een kloek en kleuurijk boek over beeldend kunstenaar Erik Renssen bij. Zijn werk is in trek bij kunstliefhebbers over de hele wereld, bij de presentatie waren galeriehouders uit Florida en Taipeh aanwezig. Een van de in het hotel tentoongestelde werken is alweer verkocht aan een verzamelaar uit Libanon.
   Renssen werd in Deventer geboren en groeide op in Zutphen. Vandaar dat ik me namens de Stentor in het gezelschap had begeven. De bijeenkomst was rijk van drank, hapjes en geanimeerde gesprekken. Toespraken waren er van de schrijver van het boek en een bestuurslid van de stadsdeelraad. We werden omringd door kunstwerken van Renssen, schilderijen vooral, maar ook een bronzen stierenkop waarvan de gouden hoorns zich spiegelden in het zwart van de piano ernaast. Een verwijzing naar de minotaurus van de oude Grieken. De moderne kunstenaar verloochent zijn wortels niet. Invloed gaat door eeuwen heen.


   Met het boekwerk in mijn tas en niet te veel drank in mijn lijf – ik moest nog werken –, toog ik huiswaarts.
   De volgende dag was ik opnieuw bij de presentatie van een boek. Nu op het terras van pannenkoekenrestaurant Reuvershoeve ten zuiden van Zutphen. Over de spookboerderij die hier in 2010 afbrandde, schreef Manon Sikkel een kort verhaal, uitgegeven in de Brummense Geitenpers-reeks. We stonden met een klein groepje in de zon, dronken één biertje, voerden geanimeerde gesprekken onder meer over de eeuwenoude spookeik – twee stemmige zwartwit-foto’s daarvan staan bij het verhaal afgedrukt. In de wei speelden kinderen bij de ezels. Marguerite Tuijn van de Geitenpers hield een erg korte toespraak, overhandigde het eerste exemplaar aan de auteur. Enkele aanwezigen vroegen haar of ze het hunne wilde signeren. Het is geen boek, maar een boekje, het weegt bijna niets. Het is zonder meer ook een aantrekkelijk object voor verzamelaars. Ik heb er zelf een handvol van. Er zijn er die de hele Geitenpers-collectie tot hun bezit mogen rekenen. Al zitten daar waarschijnlijk geen verzamelaars uit Florida, Taipeh of Libanon tussen.


© 2015 sander grootendorst
© 2015 de stentor

woensdag 30 september 2015

IJsselvaart

De ene dag er te lopen, de volgende dag er te varen.
De ene dag de schepen te zien verglijden, de volgende dag de oevers.
De ene dag was ik de enige, de volgende dag met velen.
Er voeren verhalen mee over steenfabricage:
lang vervlogen steen voor steen.
En over schaatsers in de uiterwaarden.
De koeien waren er nog, ze begraasden een schilderij van Jan Voerman.
De wind blies wolken in de microfoon.
Iemand zei: Kijk, in dat huis ben ik geboren.
Iemand zei: Kijk, dit boek gaat over de IJssel.
Langs de route vlagden de aalscholvers.
De kapitein en de vogels waren oude bekenden.



















© sander grootendorst 2015


dinsdag 29 september 2015

meidoorns in september

Meidoorns kleuren de uiterwaarden wit in mei en rood in september en oktober. Gefotografeerd ten noorden van Olst. Morgen ook te zien tijdens de tweede IJsselvaartocht, georganiseerd door de Stentor. Aanmelden kan niet meer, de boot is vol.

© 2015 sander grootendorst

dinsdag 15 september 2015

music for a while



het stromen van de zon
zei de zangeres – nee
ik bedoel het water
maar ze stroomden allebei
de stem en de piano
een zeventiende-eeuwse
regenboog scheen
van buiten naar binnen
het kleine kerkgebouw in
en van binnen naar buiten
naar alle tijden voor even


voor Anna Maria Roos en Roland Veenstra, oftewel het duo Kobalt, dat zondag in het protestantse kerkje in Epse onder meer deze compositie van Henry Purcell ten gehore bracht.
© sander grootendorst / vlinderwerk



woensdag 26 augustus 2015

de spin en de wesp




Een wesp heeft een spin in haar eigen web verjaagd, ze stak haar angel uit. De spin moet de prooi die ze al voor zichzelf had ingekapseld achterlaten en daalt af naar een tweede vangst in hetzelfde web. De wesp pakt de ingekapselde vlieg uit en eet hem op.

© sander grootendorst

donderdag 6 augustus 2015

Poëzietheater Vlinderwerk zet drone in


ZUTPHEN. "Het was een voorstelling als een dubbele espresso." Zo karakteriseerde een van de bezoekers van Dat Bolwerck zondag in Zutphen het optreden van Poëzietheater Vlinderwerk. In ruim twintig minuten passeerden poëtische teksten, bewegingskunst, muziek (piano, tenorsax, dwarsfluit), de revue. En er was ook nog ruimte voor verstilling.
hoe hoog ze kunnen – zo heet de voorstelling – werd bedacht en uitgevoerd door Vlinderwerk in het kader van de schilderijententoonstelling van Theo Ettema, kunstenaar uit Eefde. Thema van expositie en voorstelling: het paradijs.



Naast Eke Mannink en Sander Grootendorst, de kern van Vlinderwerk, traden op Rebeca Villegas (dans en tekst), Ric Stokes (saxofoon en dwarsfluit), Roland Veenstra (piano) en – special guest Siem Mannink (8). Ieder liet afzonderlijk zien en/of horen wat en waar voor hem of haar het paradijs is. Zo ontstond er een gezamenlijk Vlinderwerkparadijs – een prachtig gebied, maar met scherpe kanten en rafelranden.

Het begon meteen intens: Veenstra speelde het twee minuten durende Für Alina van Arvo Pärt. Zoals de pianist aan de hand van de partituur tastend op zoek ging naar de boventonen, gingen Rebeca en de Vlinderwerkers, elk gezeteld op een apart vierkant podium (hun 'eiland') op zoek naar het paradijs: expressief, zich vastklampend dan wel sierlijk bewegend enerzijds, in gedachten verzonken anderzijds.




Coltrane

Tot de letterlijke en figuurlijke hoogtepunten van de voorstelling behoorden de afdaling van Ric Stokes in de open lift en de spectaculaire bijdrage van Siem.
Stokes stapte de lift uit terwijl hij op zijn tenorsax John Coltrane's A love supreme speelde. Dat was het stuk waar hij meteen aan dacht toen hij werd gevraagd naar zijn paradijselijke muziek. Siem liet met zijn afstandsbediening een drone boven het publiek dansen, begeleid door Veenstra en Stokes: dankzij de sax wordt Glassworks van Philip Glass nog weer een beetje melancholieker.
Siem liet de drone weer landen op zijn hand, nadat hij het publiek had laten weten: "Dit is mijn paradijs!" Een zin die al drie keer eerder had geklonken: in de monologen van Rebeca en van de aan weerskanten van haar opgestelde Vlinderwerkers.
Een wereldpremière vormde het slot van hoe hoog ze kunnen: Stokes speelde zijn nieuwe, speciaal voor de gelegenheid geschreven compositie Prometheus op dwarsfluit. Eke en Rebeca leken zich al in het paradijs te wanen (bestaat het dan toch?), maar stoorzender Sander – alsof hij een jongetje was van een jaar of acht – wierp ondertussen zelfgevouwen vliegtuigjes de zaal in.


Verbeelding

De grote zaal in Dat Bolwerck was met ruim tachtig bezoekers tot de laatste stoel bezet. Na afloop kon iedereen de tuin in, een ruimte met paradijselijke trekjes.
Theoloog/filosoof Kees den Biesen gaf daarna nog een lezing over het paradijs in de oudste literatuur, van het Gilgamesj-epos tot Dante. Het door hem sterk benadrukte belang van de verbeelding, was een link met de voorstelling van Vlinderwerk.



(recensie geschreven door een van de bezoekers)

zaterdag 4 juli 2015

zomerblaadjes



In diverse parken, bossen en op landgoederen kun je wandelen langs kunstwerken die langs de route zijn opgetuigd. Hoe mooi, origineel of spannend sommige daarvan ook zijn, er valt voor een kunstenaar niet op te tornen tegen de bomen.

sander grootendorst
© 2015

vrijdag 19 juni 2015

De scholekster en de koeien


De scholekster en de koeien. Een postmodern sprookje


🐄🐄
© 2015 sander grootendorst 

zondag 7 juni 2015

de koeien



ons krijg je niet in de megastal
net als de sporters in de tennishal
die sporten in lokalen zonder ruiten
hebben wij een innerlijke drang naar buiten




sander grootendorst
steenderen
(c) 2015

donderdag 4 juni 2015

Larven III

Een nieuwe bundel is in aantocht, verschijnt in de tweede helft van dit jaar. Dit gedicht is uit de vorige.



(Veertig ezelsbruggetjes, blz. 35)

(c) 2015

zaterdag 30 mei 2015

na de onweersbui


het rozenbloemblad heeft al tijdens de onveersbui
regendruppels en stipjes licht verzameld om ze meteen na afloop
te kunnen tonen.

zondag 24 mei 2015

De man van de vaatwasser

Voor een afspraak in de buurt van kasteel Hackfort was ik aan de late kant. Niet erg, per sms en telefoon hadden we contact. Ik ging op weg naar een yurt, zo’n grote steppetent, de woning van Marieke Woudhuizen en Harm Koopman in Vorden. Ze zouden me informeren over de biologische bijenmarkt bij De Kas in Zutphen. Ik wist wie ze waren, niet hoe ze eruit zagen.
Voorbij het kasteel sloeg ik rechtsaf de onverharde weg in en parkeerde bij het boerderijcomplex.
Vanuit de boerderij riep een vrouwenstem joehoe en ik veronderstelde dat dat voor mij bestemd was. In een flits bedacht ik dat de yurtbewoners misschien in de boerderij op bezoek waren. Een hondje liep me tegemoet en leidde me naar binnen, de voordeur was niet op slot. Ik belandde in de keuken. Daar zat een vriendelijk echtpaar aan tafel. De man heette mij welkom, bood een stoel aan. Ik ging zitten en zei: ‘Wat wonen jullie op een prachtige plek.’  Zo’n zin die je zegt om het ijs te breken. 
‘Sorry dat ik wat laat ben,’ voegde ik er nog eens extra aan toe.
De man bracht zijn hand naar zijn kin en vroeg peinzend: ‘Te laat waarvóór?’
Op dat moment besefte ik dat in het verkeerde interview zat. Ik verontschuldigde me omslachtig voor de storing en verliet de keuken.
Teruggekeerd van het goede interview met de yurtbewoners zag en hoorde ik bij de boerderij een man in een net pak luid ‘hallo!’ en (ouderwets, misschien hielp het) ‘volluk!’ roepen. Hij zei dat hij van Siemens was en de vaatwasser kwam controleren. Ik legde uit dat ik hier niet woonde. Vervolgens riep hij, nog weer een slag luider dan net: ‘Siemens! Vaatwasser!’
Daar kwam het echtpaar met het hondje aangewandeld. Mogelijk hadden ze gedacht dat ik de man van de vaatwasser was. En toen dat een misverstand was gebleken, hadden ze tegen elkaar gezegd: ‘De man van de vaatwasser zal wel niet meer komen. Zullen we een eindje gaan wandelen?’


Laatste column, gepubliceerd zaterdag 23 mei in de Stentor
(c) 2015 sander grootendorst

donderdag 14 mei 2015

Natuurlijke kunstzinnigheid

Voor de kunstenaar herman de vries is de natuur in haar kunstzinnigheid op geen enkele wijze te overtreffen. Objecten en installaties die deze stelling onderbouwen exposeert hij op de Biënnale in Venetië, geopend op 9 mei.
Ter verdere onderbouwing de foto van een uitgebloeide paardebloem, vandaag gemaakt in een Zutphense tuin.





sander grootendorst
© 2015

dinsdag 5 mei 2015

De laatste dagen

hoe zullen we het noemen
dit plein
de laatste dagen van de oorlog?

dit plein in Ruurlo
dit plein in Holten
dit plein in Zutphen
dit Deventer plein?

we hebben mensen verloren
herinneringen bewaard
laten we ze vrijheid noemen

we horen vanuit onze kelders
de eerste geruchten van vrijheid
ze komen eraan, ze lopen voorbij
durft er al iemand te kijken?
durft er al iemand te hopen
dat dit de laatste dagen zijn?

we horen de laarzen marcheren
wie zijn ze, de vriend of de vijand?
waar komen de salvo’s vandaan,
het suizen, ratelen, roepen?
uit het westen van over de IJssel
of het oosten vanuit de bossen?
ze naderen het plein, ons plein
ze naderen langzaam ons naamloze plein

wie durft er te kijken? de kinderen durven!
ze zeggen dat ze soldaten zien, mamma
ze zien handen omhoog, wie zijn het, wie?
soldaten en buren en vrienden en kinderen
handen omhoog, ze juichen, wij juichen
de deuren gaan open
de huizen, de kelders
we staan op het plein, het plein is bevrijd

dit plein in Ruurlo heet vrijheid
dit plein in Holten heet vrijheid
dit plein in Zutphen heet vrijheid
dit plein in Deventer: vrijheid

de laatste dagen
van de oorlog
zijn voorbij
de laatste dagen
van de oorlog
zijn de eerste
van de vrijheid


sander grootendorst

© 2015

geschreven ter gelegenheid van de presentatie van het boek De Laatste Dagen. Bevrijding van de IJsselstreek op 1 mei 2015 in Zutphen. 


zondag 26 april 2015

IJsselvaartocht


Zin in een bootreisje? Vaartocht op dinsdag 19 mei, van Deventer naar Zutphen en terug, speciaal voor Stentor-lezers. Met als extraatje: een IJsselnatuurverhaal van blogger dezes. Boek tickets via www.destenor.nl/vaartocht.

woensdag 15 april 2015

zandballet




zolang het zand
in de zandloper
vloeibaar is
kan het doorgaan

het danst in je haar
en glinstert
in de spotlights

meteen na afloop
van de voorstelling
als het publiek is opgestaan en klapt
en de dansers nog één keer
een buiging maken – meteen
in deze laatste beweging

begint het
in je droom
te dansen



sander grootendorst | vlinderwerk
© 2015




Voor Introdans naar aanleiding van de voorstelling Feest in Theater de Hanzehof in Zutphen, april 2015. De zanddans Susto is uitgedacht door de choreografen Sol León en Paul Lightfoot.


dinsdag 7 april 2015

De binnen- en de buitenmerel


Eerst leek het of een merel in de Hortus Botanicus in Amsterdam met zijn spiegelbeeld aan het ruziën was. Maar de bewegingen gingen niet gelijk op. Aan de binnenkant van de tropische kas zat een andere merel. De twee territoria grenzen aan elkaar, ze zijn slechts gescheiden door een glazen wand. Maar ze liggen toch vele duizenden kilometers uiteen. De binnenmerel hoorden we even later prachtig fluiten tussen de Zuid-Afrikaanse beplanting. Of daar genoeg wormen leven?


sander grootendorst
© 2015

zondag 5 april 2015

pimpelmos


elk jaar hebben zo rond pasen diverse vertolkingen plaats van de middeleeuwse tekst "hebban olla vogala nestas bigunnan?". hier de uitvoering door een pimpelmees in een amsterdamse tuin.


sander grootendorst 
© 2015

zaterdag 21 maart 2015

verkondiging



en hierbij verkondig ik dat het nu officieel lente is.



sander grootendorst 
@2015

zondag 15 maart 2015

winterbomen


het voorjaar nadert, maar vandaag waren het nog winterbomen langs de kant van de weg met hun takkenstelsels als toppunt van verfijning.

                                  
                                                                                                     sander grootendorst  © 2015

zaterdag 7 maart 2015

het maarts viooltje




                                               vlinderwerk 2015 (c) | sander grootendorst

zondag 25 januari 2015

smeltend



zondagmorgen, januarigracht:
smeltend ijs, smeltend licht



© 2015 sander grootendorst | vlinderwerk

zondag 11 januari 2015

fotocartoon


de bomen zijn 'm voor de snavel afgezaagd, maar de vredesduif laat zich niet verjagen. dan maar een takje lager, hij geeft de moed niet op.

*

sander grootendorst
© 2015

donderdag 8 januari 2015

zomaar



het zou zomaar kunnen dat vandaag
de dag op zwart gaat
het zou zomaar kunnen dat vandaag
de krant
de krant vandaag
dat vandaag de krant de dag niet haalt
de dag de krant vandaag niet haalt
zou zomaar kunnen

het zou zomaar kunnen dat vandaag
geen nieuws niets nieuws
dat er vandaag geen nieuws is
vandaag niet meer
niet na de dag van gisteren
toen was er nog nieuws en nu
is al het nieuws verdwenen nergens meer
niets nieuws gehoord

maar dat laten wij ons
dat laten wij niemand
gebeuren dat zwarte inktzwarte
die zwarte inkt dat nieuws ons nieuws
hoe wij leven
wie wij zijn
dat laten wij niet gebeuren
dat laten wij ons niet zomaar gebeuren

wij zijn wie wij zijn
allemaal zomaar zijn wij wie wij zijn
en we dragen allemaal een naam
tu es, je suis, nous sommes charlie


sander grootendorst



donderdag 1 januari 2015

Oliebollen voor de dieren (2)




Ze hadden de jaarlijkse nacht van de herrie doorstaan en waren – ondanks waarschijnlijk toch een slechte nachtrust – vroeg uit de veren. Het was qua mensheid nog volkomen stil op straat, het vuurwerk- en oliebollenvolk sliep uit. De roeken troffen echter wel veel sporen van de mensheid aan. Enorme hoeveelheden vuurwerkafval, waar ze weinig mee konden beginnen. Maar ook: overvolle prullenbakken. Dat kon interessant zijn. Misschien zaten er wel afgedankte oliebollen in.
Gelukkig nieuwjaar!


Sander Grootendorst © 2015