donderdag 20 februari 2014

de archaeopteryx

Bezoek aan het Teylers Museum, het oudste van Nederland, met daarin ook de oudste objecten, ouder kan bijna niet. Na een vorig bezoek, begin jaren negentig, schreef ik het gedicht de archaeopteryx. Het schoot me gisteren opeens weer te binnen, wandelend langs het Spaarne met mijn zus. Een dagje Haarlem is ook een dagje Solnhofen. Direct bij de ingang in de eerste zaal is de archaeopteryx te zien: zijn afdruk in leisteen, en erboven, tegen de wand, een gefantaseerde afbeelding van de oervogel, mannetje en vrouwtje, in kleurige veren gehuld. Wie weet zagen ze er zo uit.
Als kind vond ik het fascinerend, ik kon er niet van slapen. Daar had ik nu eerlijk gezegd weer last van. (»Ooit was niet volwassen worden een hobby, ik heb er mijn werk van gemaakt« – Arnon Grunberg).
Het woord onvoorstelbaar wordt vaak gebruikt, ook voor van alles dat je je best kunt voorstellen. Maar 150 miljoen jaar, dat is echt onvoorstelbaar lang geleden.
Toen leefden er archaeopteryxen.


de archaeopteryx


ik ben de archaeopteryx
de eerste vogel
en de laatste 

sight-seeing door darwins ogen
bij solnhofen, bavaria 

de eerlijke vinder
van een stenen veer

een fossiel duikt op
in het struikgewas
een draak van een beest
klimt tegen een boom
prent zijn klauwtjes
in de bast

dan laat hij zich vallen
als een kip zonder kop

ik ben de archaeopteryx
de eerste piloot
en de laatste

vliegen is gaaf
zolang je de kunst
niet onder de knie hebt




sander grootendorst ⓒ 2014