dinsdag 30 december 2014

Oliebollen voor de dieren (1)


De dieren begrijpen niets van het vuurwerk, kruipen weg, vliegen op, pure angst.
Zou je ze het op een of andere manier kunnen uitleggen, zouden ze het nog altijd vreemd vinden. Waarom zou je het aanbreken van een nieuw jaar uitgerekend vieren in de nacht van 31 december op 1 januari?
Als je dat zo nodig wilt, doe het dan op 21 december, de datum waarop de dagen weer beginnen te lengen. of, compromis, met kerst, het feest van het licht dat in de loop der tijd een christelijke invulling kreeg.
Misschien is 21 maart een idee? Dan duren dag en nacht precies even lang. Mooi feestmoment.
Van oliebollen begrijpen de dieren al meer. De restanten van de zelfgebakken lekkernijen strooiden we op 1 januari in de tuin. Zeker als het buiten koud was, en de vetbehoefte onder de vogels groot, aten ze er – de roodborst voorop – hun buikjes van rond.
Misschien gingen ze op den duur wel onthouden wanneer 1 januari er weer aankwam, legden ze, gespitst als ze zijn op voedselaanbod, een verband met dat naargeestige vuurwerk: morgen is er weer licht in de tunnel, dan krijgen we oliebollen.




sander grootendorst
© 2014

zondag 28 december 2014

sneeuwfranje

de sneeuw werd vanuit het zuiden over nederland gedrapeerd. ergens tussen arnhem en zutphen, tussen nijmegen en amsterdam, begon de rafelige franje van de witte deken, het gras schemerde erdoor. totdat, een paar kilometer noordwaarts, de vlokken het gras helemaal niet meer bereikten.




sander grootendorst (c) 2014

donderdag 25 december 2014

spreeuw zingt kerstliedje



deze spreeuw zat vanmorgen een liedje te zingen. het klonk naar lente, maar het was een kerstliedje, gelet op de datum.


sander grootendorst © 2014 

zondag 23 november 2014

de fotograaf en de vliegenzwam


een vrouw fietste langs en zei: "wat mooi hè?"
betere woorden om de situatie te beschrijven wilden ook mij niet te binnen schieten.


© sander grootendorst

zaterdag 8 november 2014

Deuren zonder deurknop



Aantekeningen bij een expositie in het Gemeentemuseum over Mark Rothko

Binnenkort op deze plek een nieuwe versie 



sander grootendorst © 2014 


woensdag 5 november 2014

Op weg naar de ijsvogel

Wie een ijsvogel ziet, raakt in een staat van lichte verrukking. Blijkt steeds weer uit inzendingen voor de rubriek Waarnemingen in dagblad de Stentor.
Vanaf een drukke weg fietsten mijn zus en ik het Amsterdamse Bos in. We stopten op een bruggetje. De boomkruinen boven een gracht filterden subtiel het herfstlicht. Een ijsvogel scheerde laag over het water.
Het leek op landgoed De Ehze bij Almen, maar het was vlak bij Schiphol. Een Boeing scheerde laag boven de uitspanning waar we muntthee dronken.
In de trein terug las ik in het nieuwe boek van Joke Hermsen. Over Chronos, de chronologische tijd, en Kairos, de gevoelde tijd. Het vliegtuig vloog in de chronologische tijd, de ijsvogel in de gevoelde. Twee compleet verschillende ervaringen binnen vrijwel dezelfde ruimte. Die paar minuten dat we op het bruggetje stonden, duurden wel een half uur. Die paar seconden ijsvogel staan op mijn netvlies gebrand.
Om het vol te houden in de drukke chronologische tijd moet je ook in de gevoelde tijd verblijven. Waar zich het kunstzinnige en filosofische bevinden. En de natuur.
Toch kun je niet zonder. Dan zou je de trein, op weg naar de ijsvogel, nooit halen.
Op de heenweg hoorde ik een vrouw haar leeftijd aan een andere vrouw verklappen: 86. Iedereen kon meeluisteren naar haar spraakzaamheid. Ze was van de week met de Regiotaxi naar haar zoon in Harfsen geweest en nu op weg naar haar dochter in Amsterdam. 
Op station Driebergen-Zeist zei ze: ‘Het schiet al aardig op.’ Het klonk uit de mond van een 86-jarige haast ironisch. Ze bedoelde de chronologische tijd, wilde snel bij haar dochter zijn. Hopelijk heeft haar dagje Amsterdam net zo lang geduurd als voor mij en mijn zus. Al was het zo voorbij.


© sander grootendorst | de stentor

zaterdag 25 oktober 2014

herfst bij harfsen

het groengouden bos lijkt ragfijn geschilderd. het heeft een diepte die overeenkomt met die van de museumbibliotheek en vice versa, dezelfde nooit geheel te doorvorsen rijkdom.


(c) sander grootendorst 

zaterdag 18 oktober 2014

vlinderjasjes

een atalanta en een dagpauwoog drinken nectar van de spoorbloem. het was vandaag de warmste 18e oktober sinds in nederland dagelijks officieel de temperatuur wordt gemeten. meer dan twintig graden celsius had van deze beide vlinders echt niet per se gehoeven, ze zijn bestand tegen veel lagere temperaturen. dat is te zien aan de harige bescherming die ze op hun lijf dragen, een soort bontjas.

(c) 2014 | sander grootendorst

woensdag 15 oktober 2014

Irrationeel





Het kleiïge land van Cortenoever vormde het podium voor het nationaal kampioenschap ploegen. Er kwamen tractoren in actie, moderne en oldtimers, en paarden – eveneens oldtimers, landbouwtechnisch gesproken. Waar je ook keek was een wedstrijd bezig; dat onderdrukte een opkomende aanval van nostalgie.
Wel besefte ik dat het landschap er hier over een paar jaar heel anders uit zal zien.
Een witte vogel kwam aanvliegen van langs de IJssel en landde op een binnendijks veld. Ik betrapte me erop dat mijn eerste ingeving – zoals meestal – geen rationele overdenking was, maar eerder kinderlijk van aard: hoe blijf je als grote zilverreiger zo sprankelend wit op modderig terrein?
Ik begaf me naar het officiële uitzichtspunt vanwaar je de werkzaamheden kunt observeren die plaatsvinden in het kader van ‘ruimte voor de rivier’, dat grootschalige project van Rijkwaterstaat en waterschappen. Er viel nu niets spannends te zien, alleen in de verte dan die ploegenstrijd..
Ik draaide me om, liep een stuk richting de IJssel, zakte met mijn schoenen in de diepe sporen die niet door een ploeg maar door een zware machine waren gemaakt.
Nog staat daar, bijna pal aan de rivier, de oude hoeve ’t Halfvasten. De weelderige bomen eromheen zijn gekapt, woning, deel en schuur moeten eveneens wijken.
Ik wéét waarom: de man van het waterschap legde onlangs nog in rationele bewoordingen uit hoe hoog het water de komende eeuw kan gaan stijgen.
Maar terwijl ik stond te kijken naar de fraai gelegen, nu desolaat ogende boerderij – de dakpannen zijn al deels van de schuur afgehaald – had een irrationeel gevoel van weemoed mij volledig in zijn greep.
Daar was geen enkele uitleg tegen opgewassen.


© 2014 sander grootendorst
(de Stentor, 15 oktober 2014, edities Zutphen, Deventer, Salland, Achterhoek, p. 28)

zaterdag 11 oktober 2014

maandag 18 augustus 2014

atlasvlinder

de grootste vlinder ter wereld leeft slechts enkele dagen. aya zikken schreef er een roman over. ooit te vinden in de tuin van het ouderlijk huis van mijn moeder. nu soms te zien in artis. 




waringin


onleesbaar vanaf deze tijdloze afstand:
het dagboek onder de waringin (de vijg)
onmogelijk dat ik het in handen krijg:
hoe te reizen naar een niet bestaand land?

op de eerste dag dat je er niet in schreef
stond je het af aan de zwaartekracht
– de atlasvlinders hebben lang gewacht
de boom was bezorgd over waar je bleef

de zon die siësta’s afdwingt van de natuur
de tokèh (hagedis) langs de kamermuur
de riem die de beddenspijl opeens verliet

als slang, de wevervogels in het suikerriet:
zij kennen het boek, zij leven erin –
in de bast en de kaft van de waringin



(c) sander grootendorst | vlinderwerk



woensdag 6 augustus 2014

Lukas Rosing (1946-2014)

Vrijdagmiddag is in de Concertzaal in Oosterbeek een afscheidsplechtigheid voor de uitgever Lukas Rosing, die op 2 augustus overleed. Hij is de oprichter van uitgeverij Kontrast. Ruim een week daarvoor had ik hem en zijn partner, de kunstenares Willy ten Bras, nog gesproken toen ik bij hen thuis de derde druk van de dichtbundel Veertig ezelsbruggetjes kwam afhalen. Ze stelden vast dat je wanneer je ernstig ziek bent elke dag tot in al zijn finesses beleeft. Maar klopt dat eigenlijk wel? "Dat hebben we toch altijd al gedaan?", zei Willy.

zondag 13 juli 2014

Dansen uit het niets


Het Franse gezelschap Ex Nihilo in actie op de Beestenmarkt tijdens het festival Deventer Op Stelten 2014. De negen dansers kwamen uit het niets op, hadden onherkenbaar tussen of achter het publiek gestaan. In gewone, wat ouderwetserige kleren, niet in overeenstemming gebracht met de brandende zon.
De voorstelling begon met het het trekken van lijnen en cirkels op het asfalt, alsof er een sportwedstrijd op het programma stond. Het bleek een sportwedstrijd zonder regels, vrijwel geheel bepaald door het toeval. Géén sportwedstrijd dus.
Er klonken stemmen uit een blauwe plastic tas, die de spelers om beurten even meezeulden. Na een tijdje hield dat op.
Er ontvouwde zich een intrigerend maar somber schouwspel, begeleid door een rockgitarist die soms tedere, vaker snoeiharde, en vooral ook veel nikserige klanken voortbracht.
Dat sombere en niksere leek te getuigen van een nihilistische kijk op het leven. Als de dansers al dansten, dansten ze meestal langs elkaar heen. De ene keer dat de hele groep meedeed, gaf een van hen van achter een microfoon bevelen hoe snel het moest en waarheen. Naar links, naar rechts, steeds sneller. Het leidde tot niets.
De voorstelling duurde bijna een uur. Vijf mannen, vier vrouwen renden heen en weer of rondjes, liepen wat te lopen, deden soms ook gewoon niks (even niet mee dus), maar waren constant op hun qui-vive. Dan botsten ze weer tegen elkaar, of ontweken elkaar op het laatst, vielen om, zegen ter aarde, stortten zich op het asfalt, werden al dan niet opgevangen (meestal niet), lagen op de grond, stonden weer op, al dan niet overeind geholpen (meestal niet), maakten ruzie, een op een, of met z'n allen tegen een, omhelsden elkaar, stootten elkaar weer af, het ging moeizaam.
Een deel van het publiek vertrok, de bankjes rond het plein werden leger. Je zou kunnen stellen dat de voorstelling iets saais had. Toch bleef ik gebiologeerd kijken. Misschien was het de lengte die het nikserige kracht en ritme gaf. Ik was hiervóór in de schouwburg geweest, bij een van te voren geroemde Amerikaanse voorstelling: mooi opgebouwd, perfect uitgevoerd, alle acht dansers zaten goed in hun vel en in hun danspak. Er kwamen stelten aan te pas, kort en lange, die zaten schijnbaar organisch aan de lichamen vast; geen speld tussen te krijgen. Na een half uur was het voorbij. Volle zaal, staande ovatie.
Op de Beestenmarkt drong de vergelijking zich op. Was niet juist die Amerikaanse show wat nikserig geweest?
Hier in de buitenlucht geen perfectionisme, geen goed zittende danspakken, nee: slecht zittende overhemden. Publiek dat wegliep, langsliep (om boodschappen te doen bij Plus), gepraat, geklets, verkeerslawaai op de Brinkgreverweg.
Geen gelikte show, geen sportwedstrijd – al vergde de uitvoering, zeker in de hitte, nog heel wat van de conditie van de dansers.
Menselijke conditie – opeens zat die term in mijn hoofd.
La condition humaine.






sander grootendorst  (c) 2014



zondag 22 juni 2014

rusteloze vlinders




kleine ijsvogelvlinders komen maar in een beperkt aantal bosgebieden voor. de trefkans is eind juni-begin juli het grootst. ik ontmoette er vandaag drie of vier op landgoed dorth in kring van dorth, zoals elk jaar, behalve toen het in 2012 slecht weer was. ook op landgoed hagen bij doetinchem en in het leusveld bij hall en ten westen van leuvenheim zijn ze te vinden. en ze dwalen wel eens af, ik zag er in 2010 eentje op het fietspad langs de voorsterweg vlakbij empe; die was helaas dood. soortgenoten lukt het wellicht wel om uitwaaierend andere verblijfsterreinen te bereiken.
die van vandaag zeilden in het zonnetje tussen de bomen, soms hoog, soms laag. ze namen steeds heel even op bladeren plaats (bomen, varens). ze waren rusteloos, behalve als ze zweefden.
ik zag ze geen nectar drinken, ook al stonden de bramen in bloei. ze houden van bos dat een beetje open is. en de kamperfoelie moet er groeien, daar eten de rupsen van. 

© sander grootendorst

zaterdag 10 mei 2014

In memoriam Peter Aansorgh

Er viel een rouwkaart op de deurmat: Peter Aansorgh overleden.
Ik was geraakt door het bericht, al wist ik dat hij al jarenlang met pijn door het leven ging. Op de kaart staat niet voor niets dat hij daarvan nu eindelijk bevrijd is. Uitgerekend op 5 mei, Bevrijdingsdag. Pijnstillers sleepten hem er doorheen, en de belangrijkste van die pijnstillers was Corrie, zijn vrouw. Dat heeft hij me vaak genoeg gezegd, en per mail geschreven.
Hij was correspondent voor het Gelders Dagblad – voorheen De Graafschapbode –, ik redacteur. Als alle stukjes voor de volgende dag al lang weer geschreven waren, praatten wij vaak nog uren na over, kortweg samengevat, het leven. Aanvankelijk ook vaak over zijn verwilderde achtertuin in Silvolde, een waar paradijs, waar egels rondscharrelden en vogels nestelden.


Na een tijdje kreeg hij opdracht van de woningcorporatie om de tuin 'op te ruimen'.
Paradijzen en bureaucratie gaan niet samen.
Het paste in zijn toch al sombere wereldbeeld. Schopenhauer en Nietsche waren zijn filosofen. Maar Aansorgh was ook iemand met wie je – misschien daardoor wel – erg kon lachen. Een cynicus was hij niet. Hij voelde zich niet te groot om verslag te doen van al die veelal kleinschalige evenementen die zich in Achterhoekse dorpen en wijken afspelen. Kon daar met empathie en humor over berichten. En in de meest geslaagde gevallen las je – als je wilde – tussen de regels een heel ander verslag, waarin met het betreffende evenement lichtelijk de draak werd gestoken.
Ik herinner me een artikel over een vrouw die een boek had geschreven en elk hoofdstuk was geëindigd met een wijsheid waar ze persoonlijk veel aan had. Zoals: hoge bomen vangen veel wind. Of: wie het laatst lacht, lacht het best.
Dat zijn niet de meest originele gedachten om een boek mee te vullen en het werd dan ook een hilarisch stuk, we hadden tranen in de ogen van het lachen. Maar was Peter niet te ver gegaan dit keer?
Nee hoor, helemaal niet. De vrouw in kwestie kwam de redactie op om een paar exemplaren van de krant te vragen. Ze vond dat Aansorgh haar uitstekend had geportretteerd.
Naast journalist was Aansorgh schrijver en dichter. Hij schreef een korte roman, die werd gepubliceerd in De Nieuwe Revue. Een aantal collega's kwam er behoorlijk herkenbaar in voor. Ook alweer hilarisch dus. Het was gebaseerd op Dostojevskij's roman De speler. Die schrijver en dat boek waren geregeld onderwerp geweest van onze nagesprekken op kantoor. (Een 19e-eeuwse gokverslaafde is de hoofdpersoon bij Dostojevskij; Aansorghs vertelling speelt zich af rond een 20e-eeuws casino, een gelegenheid die hij zelf graag bezocht).
Als dichter timmerde hij niet aan de weg. Hij wilde hoe dan ook nooit voordragen, dat vond hij maar een eigenaardige bezigheid. Publiceren wilde hij zijn gedichten af en toe wel, op kleine schaal. In 2010 hebben er nog een paar in het tijdschrift Poëziepuntgl gestaan.
Je mag, dat zijn de strenge regels bij het dagblad, een citaat alleen afsluiten met "zei hij", "legde hij uit", "vertelde hij", enzovoort.
Er zijn uitzonderingen op de regel, en die van Aansorgh is een van de mooiste.
Als niet-voetballiefhebber – dat levert de beste stukken op – ging hij naar de jaarlijkse open dag van De Graafschap. Het was drukkend warm weer. Hij sprak met verscheidene supporters. Het letterlijke citaat dat hij in de krant gebruikte weet ik niet meer. Misschien iets van: "Mijn zoontje is handtekeningen bij de spelers aan het halen." Aansorgh voegde eraan toe: zweette hij.
In één zin had hij de sfeer van het hele evenement gevangen.
Ik citeerde hem nog wel eens, als de regel op de redactie ter sprake kwam. En dat zal ik blijven doen. Dan zie ik hem weer voor me, pen en blocnote in de hand. Schopenhauer op het voetbalveld. Ik kan, ook nu, een glimlach niet onderdrukken.




donderdag 8 mei 2014

het muntvlindertje


een muntvlindertje dankt zijn naam niet aan geld, want dieren hebben niets op met geld, dat maakt ze sympathiek en betrouwbaar.
het vlindertje dankt zijn naam aan de plant waar het wel iets mee heeft, veel zelfs: de munt – diverse soorten. hier zit het in een zutphense stadstuin op het blad van de wollige munt; het schuilt voor de regen. de plant heeft ook al niets met geld van doen, de romeinen noemden hem mentha, de grieken minthos. dat betekent mogelijk iets als "sterk geurend".
het werd hier "munt", misschien toch vanwege de klankassociatie met geldstukken. zoals mensen zo ongeveer alles in verband brengen met geldstukken.
het vlindertje is in deze tijd van het jaar gratis in veel tuinen te zien.

© sander grootendorst 2014

zaterdag 26 april 2014

oranjegedruis






vergeleken bij vlinders heeft de nederlandse koning van oranje-nassau een saai bestaan.
zo gingen op koningsdag twee oranjetip-mannetjes openlijk de strijd aan om een vrouwtje.
de indringer won.
de blauwe bloem links is ereprijs.
het gebeurde langs een wandelpad in de omgeving van voorst.


© sander grootendorst | vlinderwerk 2014

woensdag 23 april 2014

even geen bloemen


zag al wel vaker (mannetjes)vlinders steengruis of modder snoepen, uit behoefte aan mineralen; zoals een grote groep klein geaderd witjes in tsjechië.
deze akkerhommel lijkt dat ook te doen, op een vensterbank in zutphen. of verzamelt hij het materiaal voor zijn nest? minuten achtereen ging hij ermee door, nijver en gefocust. 
mooi beestje hè? en al helemaal uitgedost voor koningsdag komende zaterdag. o nee, hommels doen niet mee met koningsdag, ze hebben koninginnen.  

© sander grootendorst 2014

zondag 13 april 2014

de meerkoet en de vliegende kat


een kunstzinnig meerkoetenpaar heeft een nest gebouwd onder De vliegende kat, ontworpen door Corneille, in de vijver achter het Cobra Museum in Amstelveen. In het museum is een boeiende tentoonstelling te zien met werk uit het Guggenheim Museum in New York,  gelinkt aan de Cobra-gedachte van vernieuwing in de kunst in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het abstracte heeft de overhand, al liggen de vormen op de loer: "Als je schildert vanuit je onbewuste, móeten er wel figuren verschijnen" (Jackson Pollock).
Vanuit het museumrestaurant keken we nog een tijdlang uit op een door Karel Appel ontworpen fontein. Met een vogel als symbool van vrijheid en een arm als symbool van kracht. Corneilles meerkoet is bovendien een symbool van creativiteit.
Het nest zou je non-figuratief kunnen noemen.

© sander grootendorst 2014




maandag 7 april 2014

in het stadspark



Zutphen plant een ecologisch stadspark in de groene strook tussen IJssel en Vijver die in allerlei opzichten al een ecologisch stadspark is. Met bloesem, roeken, ganzen en (toevallige passant vandaag) een scholekster. Waar je een interessant gesprek kunt voeren met een medewerker van de kinderboerderij (vandaag ging het erover dat een kaart te prefereren valt boven een tomtom). En waar je kunt wandelen aan de hand van botanicus David de Gorter (1717-1783), schrijver van de Flora Zutphanica. Zie ook dagblad de Stentor van dinsdag 8 april.

sander grootendorst
© 2014

zondag 23 maart 2014

levensvreugde of: de koe en de lammeren


– zeg koe, weet u misschien welk jaargetijde het is?
– ja, dat kan ik je zeggen, lam, het is lente.
– jippie!





zondag 9 maart 2014

de vlinder en zijn schaduw


een kleine vos neemt een voorjaarszonnebad op een zandpad, hij is zijn eigen parasol.





sander grootendorst | vlinderwerk 2014

zondag 2 maart 2014

Twee roeken




De roek links op de afbeelding wandelde gisteren in het park, de roek rechts is een tekening uit mijn dagboek, 3 maart 1971. Zijn poten gaan half schuil in de sneeuw die na een lente-achtig dagboekbegin in februari alsnog was gevallen.
Nu, op 3 maart 2014, ziet het niet meer naar winter uit.
Voor de roek links is de roek rechts een spookverschijning uit een ver verleden. Voor de roek rechts is de roek links een toekomstvisioen.
Of ontmoeten hier twee zielsverwante vogels elkaar eindelijk?
Ik weet nog dat ik hem die woensdagmiddag tekende, thuis teruggekeerd van school. Misschien tijdens het nuttigen van tomatensoep, die mijn moeder vaak voor ons maakte als tussendoortje omdat we hongerig waren van het opgroeien en van het fietsen.
Toen al besefte ik dat mijn dagboek zou bepalen hoe ik me die jaren later zou herinneren.

donderdag 20 februari 2014

de archaeopteryx

Bezoek aan het Teylers Museum, het oudste van Nederland, met daarin ook de oudste objecten, ouder kan bijna niet. Na een vorig bezoek, begin jaren negentig, schreef ik het gedicht de archaeopteryx. Het schoot me gisteren opeens weer te binnen, wandelend langs het Spaarne met mijn zus. Een dagje Haarlem is ook een dagje Solnhofen. Direct bij de ingang in de eerste zaal is de archaeopteryx te zien: zijn afdruk in leisteen, en erboven, tegen de wand, een gefantaseerde afbeelding van de oervogel, mannetje en vrouwtje, in kleurige veren gehuld. Wie weet zagen ze er zo uit.
Als kind vond ik het fascinerend, ik kon er niet van slapen. Daar had ik nu eerlijk gezegd weer last van. (»Ooit was niet volwassen worden een hobby, ik heb er mijn werk van gemaakt« – Arnon Grunberg).
Het woord onvoorstelbaar wordt vaak gebruikt, ook voor van alles dat je je best kunt voorstellen. Maar 150 miljoen jaar, dat is echt onvoorstelbaar lang geleden.
Toen leefden er archaeopteryxen.


de archaeopteryx


ik ben de archaeopteryx
de eerste vogel
en de laatste 

sight-seeing door darwins ogen
bij solnhofen, bavaria 

de eerlijke vinder
van een stenen veer

een fossiel duikt op
in het struikgewas
een draak van een beest
klimt tegen een boom
prent zijn klauwtjes
in de bast

dan laat hij zich vallen
als een kip zonder kop

ik ben de archaeopteryx
de eerste piloot
en de laatste

vliegen is gaaf
zolang je de kunst
niet onder de knie hebt




sander grootendorst ⓒ 2014


zaterdag 1 februari 2014

krokus



Paarse bloemen op een herfstblad. De winter overgeslagen. De eerste krokus van het nieuwe jaar, in de buurt van Joppe (Gelderland). De kracht van de natuur zit 'm in haar opportunisme. Daarin is ze mij de baas. Was urenlang buiten, maar kon 's nachts de slaap niet vatten. Niet koud genoeg voor de tijd van het jaar.

ⓒ sander grootendorst 

zondag 26 januari 2014

kunst en vliegwerk


afscheid van de straten afscheid van de stad
van de struiken en de wolkenhoge daken
van de dieren die het erf goed bewaken
knobbelzwanen atalanta’s en een rat

afscheid van de broodjes afscheid van het plein
van de auto’s met of zonder aanhangwagen
van de niet altijd even interessante dagen
wat leek te duiden op de leegte van het zijn

met kunst en vliegwerk kleurde ik ze in
afgewisseld met verveeld naar buiten staren
zo kon ik uit- en overzicht bewaren

maar kunst en vliegwerk zijn nu opgeheven
ik werd gedwongen mijn positie op te geven
alleen het afscheidnemen heeft nog zin


ⓒ sander grootendorst

woensdag 1 januari 2014

vuurwerkhond


Een hond tussen de vuurwerkresten langs de Erasmusgracht in Amsterdam. Hij zit er bij alsof hij zeggen wil: kijk eens wat ik vannacht allemaal heb afgestoken!
Of zegt hij: ik weet dat de meeste honden doodsangsten uitstaan vanwege dat vreselijke geknal, ik moet toegeven dat ik het zelf ook allesbehalve een pretje vind, maar mij krijgen ze niet klein!
Of zit hij er juist stram bij, versteend van angst?

De zwarte hond nam plaats op deze kademuur in 1995, het is een beeld van kunstenaar Linda van Boven.
Niet van steen maar van brons.

ⓒ sander grootendorst