woensdag 21 december 2011

De geest van de rups

Bij het persbericht dat de Vlinderstichting gisteren rondstuurde, zit een foto van het spiegeldikkopje. Een hele zeldzame Nederlandse vlinder; ik heb hem nooit gezien. Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw kon je hem tegenkomen op de Empese & Tondense Heide, maar ik was daar pas voor het eerst in de zomer van 2003.
Bijna zeventig procent van de Nederlandse vlinders is in de afgelopen honderd jaar uit het landschap verdwenen. Het spiegeldikkopje is er nog net: op één plek in Noord-Brabant.
Je kunt er je schouders over ophalen, zeggen: er zijn belangrijkere zaken in deze wereld. Wat kunnen mij het spiegeldikkopje, de kleine heivlinder en de grote parelmoervlinder schelen? (Nog twee soorten die op het randje van de afgrond bivakkeren). De bedenkers van de nieuwe natuurwet doen dat, die halen hun schouders op. Aan die indruk kun je je onmogelijk onttrekken als je de voorstellen leest. Terwijl het relatief weinig geld en moeite kost om deze vlinders de helpende hand toe te steken. Je kunt als overheid redeneren dat 'de markt' het wel zal oplossen; er zijn voorbeelden dat die filosofie inderdaad werkt. En het zal zo zijn dat er 'flink moet worden bezuinigd'; dat wordt ons allen dagelijks welhaast genadeloos ingepeperd. Maar wat ben je als overheid waard als je niet op z'n minst óók de belangen van het kwetsbare en het weerloze in het oog houdt, dat in veel gevallen synoniem is met het mooie en inspirerende?
Vlinders in de lucht, op bloemen, in buiken... ze zijn voor veel mensen het symbool voor méér dan alleen hun eigen schoonheid. Ze staan voor lichtheid, vrolijkheid, kleur, vriendschap, liefde. Het Griekse woord voor vlinder is 'psychè': alsof in de vlinder de geest van de rups rondfladdert. Een prachtige gedachte. In alle tijden, maar misschien wel juist in tijden van recessie, verdienen vlinders bescherming. Als het spiegelkopje is verdwenen, zijn straks de dagpauwoog en de kleine vos aan de beurt – daarvan zijn er óók al steeds minder. Ze zullen het ons nooit vergeven, de volgende generaties, als wij de generatie zijn die de vlinders hebben uitgeroeid. Maar ik denk eerlijk gezegd niet dat het zover komt. Daarvoor zijn vlinders te belangrijk.



Spiegeldikkopje. Foto Kars Veling/Vlinderstichting

dinsdag 6 december 2011

King Lear

column in dagblad de Stentor van 6 december 2011

Hulpvaardig

Je zou denken dat het makkelijk te vinden was. Een kennis van mij, een vrouw van 82 met veel liefde voor literatuur, kent enkele dichtregels uit haar hoofd waarvan ze de oorsprong niet weet. Ze declameerde ze toen ik bij haar op bezoek was, ik noteerde ze. De eerste drie:

‘Als zij die onze meerd’ren zijn
verzachten kunnen onze pijn
lijkt nauw vijandig wat ons plaagt.’

Ik was van plan ze thuis te googelen en haar dan terstond van de herkomst op de hoogte te brengen. De regels bleken op internet wel te vinden, maar zonder enige bronvermelding op een voor buitenstaanders verder niet toegankelijke website. Ik heb de regels aan verschillende mensen voorgelegd; niemand ervoer een schok der herkenning. Toen kwam ik op het idee Deventenaar Georg Hartong te benaderen. Belezen man, die laatst 77 boeken schonk aan het op te richten Geert Groote Informatiecentrum. Hij reageerde de volgende dag al per mail: de regels komen uit Shakespeares toneelstuk King Lear (1605), waarschijnlijk in de vertaling van L.A.J. Burgersdijk, eind 19e eeuw, een literator die in Deventer woonde.
Uit mijn kast haalde ik een pocket met de Engelse tekst van King Lear. Derde bedrijf, zesde toneel. Het zou kunnen kloppen.Dat iemand zoiets wéét! In de Athenaeumbibliotheek hebben ze Burgersdijk, zei Hartong in al zijn hulpvaardigheid ook nog. Ik ging er zo snel ik kon heen. Eerst vroeg ik om Burgersdijk. Twee vriendelijke bibliotheekmedewerksters kwamen in actie om zijn boek op te zoeken. Helaas bleek het niet de vertaling die ik zocht. Eén voor één heb ik nog zes andere boeken opgevraagd. Onder meer de vertaling van Komrij. Elke keer dat de medewerkster er een op mijn tafel legde, bladerde ik als een gek naar de bewuste passage. Het waren twee hele spannende uurtjes in de bibliotheek. De spanning is nog niet voorbij, ik heb de bedoelde vertaling nog steeds niet. Belandde per e-mail bij het Hugo Claus Documentatie- en Informatiecentrum in Vlaanderen. Kreeg per omgaande een hartelijk, maar negatief antwoord van een medewerker aldaar. Koning Lear werd gek (daar gaat Shakespeares stuk over), maar ik ben tot nu toe vooral blij vanwege zoveel hulpvaardigheid.
ⓒ 2011 Sander Grootendorst/ de Stentor

zaterdag 12 november 2011

hond op de uitkijk...


... over de biologische markt op de Nieuwmarkt in Amsterdam. We kochten er elstar-appels, smaakvoller dan in de supermarkt. En ook het brood en de paddenstoelen konden bekoren.

ⓒ sander grootendorst

donderdag 3 november 2011

Moon over Wilp















"Moon over Kentucky, take me with you."
Zong ooit Russel Mael van de Sparks.
Maar dit is dus de maan boven Wilp.

ⓒ sander grootendorst

zondag 16 oktober 2011

Expositie in voormalige apotheek



Zaterdag 15 oktober was de opening van een gezamenlijke expositie van Nelleke Wiersma en de firma Teken (Mirjam Kemperman/ Michael Beer) in de voormalige apotheek aan de Houtmarkt in Zutphen. Het gedicht over meubels dat ik las, is te vinden in de catalogus van de firma Teken, die vijf euro kost. Hij bevat ook een gedicht van H.C. ten Berge over gebruiksvoorwerpen. www.teken-design.nl

zondag 2 oktober 2011

Zoemende klimop


Begin oktober is de bloeiende klimop een gewilde nectarplant voor insecten. Veel meer smaken zijn er niet.
ⓒ sander grootendorst

zondag 18 september 2011

Chocolaatjes







Chocolaatjes zijn we,
lekkere chocolaatjes.
Soms ook wel een beetje stoute
chocolaatjes. Maar zoet
zijn we op de eerste plaats,
heel zoet.
Zij het met een lichte neiging
tot verbittering.
Die zet gelukkig niet door.
Diep van binnen
zijn we toch te
puur.

ⓒ sander grootendorst

in het kader van het Chocoladefestival in Zutphen waarvan het poëtische deel vandaag vóór en in galerie iZArte aan de Laarstraat te beleven was.

vrijdag 26 augustus 2011

Mokkende merel


Zelfs de stoere merel, veelbezongen regenvriend, had het vanmiddag even te kwaad. Hij ging in het vogelhuisje zitten mokken en kwam er pas weer uit toen de bui was overgetrokken.

ⓒ 2011 sander grootendorst

dinsdag 23 augustus 2011

Yorkshire cows


Arend Heideman uit Gelselaar, bekend van zijn boerenzwaluwenblog, vond in dat Engelse landschap (zie bit.ly/n9GbPQ) de koeien maar ontbreken. Die stonden en lagen een eindje verderop. Boerenzwaluwen hebben we trouwens ook volop gezien.
ⓒ2011 sander grootendorst


maandag 22 augustus 2011

dinsdag 9 augustus 2011

Gorsselse Heidewolken







Geen gonzende bijenvolken
onder Gorsselse Heidewolken



ⓒ2011 Sander Grootendorst

maandag 8 augustus 2011

Mooi weer




Mooi weer vandaag voor fotografen, schilders en merels (hij zong vanochtend, opgetogen door al die regen, ook al is het broedseizoen voorbij). ⓒ2011 Sander Grootendorst

zondag 31 juli 2011

Poesjkin in Zutphen
















Frouke Fieringa en Tatiana Kouzovkina van het Amsterdam Chamber Theatre vertolken 'De zigeuners' van Alexander Poesjkin. Plaats van handeling: de Agnietenhof. Onderdeel van de Achterhoek Spektakel Toer, die vandaag Zutphen aandeed.
ⓒ2011 Sander Grootendorst

Circus Elleboog


De jongens en meisjes van het Amsterdamse Circus Elleboog, onder wie mijn nicht Emma, traden afgelopen week op in en rond het Bijlmerparktheater tijdens het Zomerfestival aldaar. Gisteren in (zie foto). Volgende week zijn ze met hun programma Black Box twee keer te zien in Tallinn, Estland. www.elleboog.nl.
ⓒ2011 Sander Grootendorst

woensdag 6 juli 2011

Wegwerpmaatschappij


Een postduif en een zilvermeeuw aan de maaltijd, Amsterdam, Utrechtsestraat.
ⓒ2011 Sander Grootendorst

vrijdag 24 juni 2011

Zonnebad


Een merel onderbreekt even zijn activiteiten (zingen, jongen voeren) om een zonnebad te nemen.
Sander Grootendorst ⓒ2011

zaterdag 18 juni 2011

Langs de rivier


Grafiek: Michael Beer
Gedicht: Sander Grootendorst
Tijdens kunstrouteweekend in Zutphen te zien in de Wijnhuistoren. Onderdeel tentoonstelling "20 jaar Teken, kunst en desgin" (Michael Beer & Miriam Kemperman) van 11 juni tot en met 18 september 2011 in het Stedelijk Museum in Zutphen. Officiële opening zondag 19 juni, 15.30u in de refter, met muziek en poëzie.

In de Wijnhuistoren is zondag 19 juni vanaf 13u de twee trits optredens van dichters die meedoen met de kunstroute. Onder hen Pieter Bas Kempe en Erika Mannink. Die laatste draagt een gedicht voor waarbij ze wordt begeleid door saxofonist/dwarsfluitist Ric Stokes.

maandag 13 juni 2011

Firma Teken exposeert

Michael Beer en Miriam Kemperman exposeren in het Stedelijk Museum in Zutphen vanwege het twintigjarig bestaan van hun bedrijfje Teken (kunst & design). Aan mij de eer om aan zes grafische werken van Michael gedichten toe te voegen. Twee daarvan zijn vanaf volgende week op de expositie te zien. De zes worden ook in een map gebundeld. Niet ondenkbaar als leuk kado. Maar dat geldt voor alle spullen en kunstwerken die straks te zien zullen zijn.

zondag 8 mei 2011

Oranjetips


Het moet begin jaren negentig slechter zijn gegaan met de oranjetipjes dan nu. In de krant stond een oproep om waarnemingen van deze vlinder door te geven. Ik weet nog welke kop er boven het korte stukje stond dat een paar maanden later verscheen naar aanleiding van de uitslag: „Veel oranjetips”. Daarmee verried de betreffende redacteur dat hij meer een journalist was dan een natuurvorser, want het meervoud van oranjetip is niet tips maar tippen. Als woordgrapje kon het door de beugel, maar zo was het niet bedoeld, gaf hij toe.
„Veel oranjetips” dus. Veel en weinig zijn relatieve begrippen. Het waren dus meer dan de organisatie had verwacht die de oproep had laten plaatsen (IVN? Vlinderstichting?) Kan door de oproep zelf zijn veroorzaakt: wie vroeger zo’n waarneming voor zichzelf hield, gaf hem nu aan de vlinderautoriteiten door. En sommigen zullen misschien extra goed zijn gaan opletten en aan een voorbijfladderend witje opeens oranje vleugelpunten hebben ontdekt. Alleen de mannetjes beschikken daarover, vrouwtjes zijn moeilijker van hun familieleden de koolwitjes te onderscheiden. Ze hebben, net als de mannetjes, een grijsgroen-wit mozaiekje aan de onderkant van de vleugels, maar probeer dat in het voorbijfladderen maar eens te onderscheiden. De kans dat je een mannetje ziet is groter, want zoals bij meer vlindersoorten hebben mannetjes de gewoonte om vaste routes af te leggen op zoek naar vrouwtjes en voedsel (nectar), en die routes kunnen door toeval (een windvlaag) of doordat het een goed oranjetipjesjaar is, en de concurrentie groot, ook veranderingen ondergaan. Een negatieve oorzaak kan zijn dat een leefgebied van de tipjes is verdroogd, omgeharkt of volgebouwd; dan moeten ze, áls er in het vroege voorjaar nog wat eitjes zijn uitgekomen, elders hun heil zoeken. En kunnen er op een onverwachte plek opeens ‘veel’ zitten. Wie precies wil weten hoe het de vlinderstand vergaat, moet uiteraard elk jaar op dezelfde plek met het telraam onder de arm het veld in.
Soms is veel gewoon veel. Zoals in in natuurgebieden als de Empese en Tondense Heide, waar je er op een goede dag in april gemakkelijk meer dan honderd telt.
Ze kunnen ook zomaar in Zutphense of Deventer stadstuintjes opduiken, dan heb je geen telraam nodig, want het is er meestal maar één (mannetje).
Op landgoed Dorth was er een diep in het bos verzeild geraakt. Ver van pinksterbloem en look-zonder-look, de planten waarvan de rupsen eten. Hij voedde zich met nectar van paardenbloem en hondsdraf, want meer stond er niet te bloeien. Vooral die hondsdraf is onhandig, het is een lipbloemige plant, meer iets voor bijen en hommels, want vlinders blijven door hun lange antennes zogezegd bij de poort steken. Maar zonder een gezonde dosis opportunisme kom je ook als oranjetipje niet ver.

Sander Grootendorst/ de Stentor ⓒ mei 2011

maandag 11 april 2011

Sleedoorn & populier


De sleedoorn op de voorgrond raakt de populier op de achtergrond aan. Steenderen, april 2011

zondag 20 maart 2011

Groenlingen



Drie groenlingen doen zich in een stadstuintje te goed aan zonnepitten.
Sander Grootendorst ⓒ2011

zondag 13 maart 2011

Stad zonder bibliotheek

De bibliotheek in Zutphen is een van de mooiste openbare bibliotheken van Nederland. Je merkt het aan vrijwel iedereen die voor het eerst de Broederenkerk betreedt. Weinigen kunnen het wow!-gevoel onderdrukken. Onder hen mijn Amsterdamse zus, bibliothecaris van beroep: „Een bibliotheek in een kerk, waar vind je zoiets...”, zei ze. Eh, nou: in de Walburgiskerk, óók Zutphen. Daar bevindt zich sinds de middeleeuwen de Librije, een imposante verzameling dikke, maar niet uitleenbare boeken. Het was in 1980 een geweldig idee om de openbare bibliotheek eveneens in een kerk te vestigen. Zó zet je een stad op de kaart.

B en W maakten donderdag bekend dat ze de bibliotheek willen sluiten. Het is een van de opvallendste onderdelen van de bezuinigingsoperatie van 12 miljoen euro die de gemeente te wachten staat.

Een journalist die schrijft over de plaats waar hij woont is een beetje een gespleten persoonlijkheid. Wat ik zelf echt ergens van vind, heb ik vrijwel altijd voor me gehouden. De journalistieke blik is vereist en die komt niet per se overeen met de persoonlijke. Maar in dit geval wel. Hier bij wijze van uitzondering mijn primaire reactie als bewoner en als journalist: ‘De bibliotheek weg uit Zutphen? Dat nooit!’

Het is namelijk niet alleen dat de bibliotheek uit de kerk weg moet, ze wordt met pek en veren de stad uitgejaagd. Weg ermee, weg met die boeken.

B en W willen de bibliotheek in Warnsveld wel behouden. Natuurlijk! Een dorp als Warnsveld verdient een bieb (ook handig voor bewoners van de aangrenzende Zutphense wijk Leesten). Ook omdat een bibliotheek meer is dan alleen een verzameling boeken. Dat was altijd al zo (het synoniem is niet voor niets ‘leeszaal’), maar in het computertijdperk is dat alleen nog maar sterker geworden. Bibliotheken zijn centra van taalgerichte beleving. In interviews met medewerkers van de bibliotheek – Zutphen én Warnsveld – heb ik het er vaker over gehad dat de journalist en de bibliothecaris voor een deel dezelfde belangen hebben. We hebben hetzelfde publiek: de lezers.

Goed, er staat een plan tegenover: het Stedelijk Museum en de Broederenkerk moeten samen het nieuwe ‘culturele hart’ van Zutphen gaan vormen. Misschien komt Museum Henriette Polak wel in de kerk waar nu de bibliotheek huist. Dan wordt het een van de mooiste musea van het land.

Op de eerste kerntakendiscussieavond van de gemeenteraad begin december zei Jappie Berger (CDA): „Dan houden we het toch gewoon bij één bibliotheek, in Warnsveld?” Er was niet veel ruimte in de krant voor een stukje erover, maar dat citaat kwam erin. Ik zeg het eerlijk: omdat het zo onwaarschijnlijk klonk. Ik zag anderen in de zaal lachen: die Jappie toch, die flapt er ook maar van alles uit. Ik verbeeldde me zelfs dat ik een glimlach op de gezichten van de collegeleden ontwaarde. Wie schetst mijn verbazing dat uitgerekend dit idee door het college serieus is opgepakt? 1-0 voor Jappie, dat wel.

Dat de bibliotheek de Broederenkerk verlaat, is bijzonder spijtig, maar in tijden van bezuinigingen moet je knopen doorhakken. En onorthodoxe maatregelen zijn niet in principe verkeerd. Ze dwingen tot creativiteit en dat kan verrassende resultaten opleveren.

Maar de consequentie dat Zutphen binnenkort geen bibliotheekvoorziening (in de kerk of desnoods ergens in de buurt) meer heeft, is niet de verrassing die ik bedoel. Dat is meer een voorbeeld van het paard achter de wagen spannen.

Straks kan Zutphen zich op een hele bijzondere manier afficheren: als cultuurstad zonder openbare bibliotheek.
Dat is zo uniek, misschien komen er wel toeristen op af.

ⓒ Sander Grootendorst/de Stentor, 12 maart 2011

zaterdag 12 maart 2011

Prachtig mooi

– Meneer Grotenhuis?
– Nee, Grootendorst.
– Waar komt die naam vandaan?
– In Zuid-Holland wonen er veel.
– Aha, al die schippers daar, die lusten hem wel.
– Dat zou je denken ja.
– Hahaha, prachtig mooie naam, Grootendorst.

Gesprekje aan de deur met een medewerker van werkvoorzieningschap Delta die een pakketje kwam brengen.

In dat pakketje zat de nieuwe cd van het Kronos Quartet, Uniko, waarop het strijkkwartet samenwerkt met twee Finse componisten. Prachtig mooie cd.

SG

zondag 27 februari 2011

Een vogelhuisje als tuin




Geen tuin, wel vogels voeren en van achter het raam observeren. Parkbomen in de buurt. Zutphen, Polsbroekpassage.
Sander Grootendorst ⓒ 2011

zaterdag 26 februari 2011

Lekker belangrijk



B
liep bliep! Bliep bliep! Om vier uur ’s nachts gaf mijn nieuwe mobieltje een signaal af dat mij wekte uit zoete dromen. Had ik het alarm per abuis een paar uur eerder gezet dan de bedoeling was? Nee, dat kon het niet zijn. Het alarm doet geen ‘bliep’, het doet een muziekje. Het bleek dat de blieps het teken waren dat er een e-mail was binnengekomen. Nou goed, ik was toch klaarwakker, even checken dan maar. „Bijzondere vleermuis gespot in Groningen”, luidde de mededeling.

Ik ben natuurliefhebber, maar er zijn grenzen...
Het mailtje was het dagelijkse ‘Natuurbericht’, waarop ik ben geabonneerd, mede met het oog op de wekelijkse rubriek Waarnemingen in de Stentor.

De vleermuizen in Groningen – ver van het Land van Berkel en IJssel – lieten mij onverschillig. Ook al waren het dan franjestaarten, een zeldzame soort. Ik wilde gewoon slapen, ik ben geen nachtdier (vleermuizen wel).

Het was mijn eigen schuld, had ik de handleiding van het mobieltje maar beter moeten lezen. Dat natuurbericht wordt waarschijnlijk automatisch gegenereerd, de samenstellers ervan hebben allerminst de intentie om de abonnees er midden in de nacht mee te confronteren. Normaliter open je zo’n mailtje ergens in de loop van de dag.

Je mag de natuurliefhebber in mij best wekken uit een diepe slaap, maar dan later in het jaar. Vogels zijn eerder actief dan de meeste mensen. In de lente zingen ze om vier uur al om het hardst. Als het een keer is gelukt om gelijktijdig met de vogels uit de veren te gaan, dan is de voldoening groot. Heerlijk om al ver vóór de dagelijkse autostroom op pad te zijn. Tjiftjaf en grasmus kijken vanaf hun zangpost verbaasd naar het verder geheel lege wegdek en denken: hé, een fietser. In de lente en de zomer behoort de wereld direct na zonsopkomst – of eigenlijk al een uurtje daarvóór – aan de natuur. Wat dat betreft is het jammer dat Nederland in 1977 de zomertijd heeft ingevoerd. Daarmee hebben we een uurtje van de natuur afgepakt.

Naast tijd wordt vooral ruimte van de natuur afgesnoept. Het huidige kabinet heeft weinig op met de natuur, dus het zal van andere initiatieven moeten komen.
Maar dit is niet de plek om het huishoudboekje van de regering te bespreken. Er zijn blijkbaar enorme bezuinigingen nodig en dan moet je keuzes maken. Want de economische motor van het land moet ook in crisistijden blijven draaien. Al kun je eraan toevoegen: niet ten koste van alles. En: niet op basis van onverschilligheid. Dat de Groningse vleermuis mij midden in de nacht onverschillig liet, à la. Je kunt in je liefde voor de natuur doorslaan en ik ken natuurliefhebbers voor wie dat geldt. Maar laatst hoorde ik een discussie over mestinjectoren. Iemand zei: die dingen zijn de doodsteek voor het bodemleven én de doodsteek voor weidevogels. Al hun nesten gaan onherroepelijk verloren.

Iemand anders haalde de schouders op en zei: ‘Lekker belangrijk.’

Dáár kan ik met de pet niet bij. Los van de discussie over de noodzaak van mestinjectie of bezuinigingen. Als het je allemaal niets kan schelen, als je niet op z’n minst een beetje vogelvreugde voelt bij het horen en zien van prachtige schepsels als kievit en grutto, sinds mensenheugenis te gast op Nederlandse landbouwgronden, dan... ja, dan weet je volgens mij niet wat lente is en niet wat een mens en een kievit gelukkig kan maken.


ⓒ Sander Grootendorst|de Stentor (Zutphen) 2011

zondag 13 februari 2011

woensdag 19 januari 2011

Link naar bespreking Veertig ezelsbruggetjes in Belgisch tijdschrift Ambrozijn: http://bit.ly/eyCG8Q (knip/plak)

zondag 16 januari 2011

Zie ginds komt de hoogwatertoeristenboot etc.





Zie ginds komt de hoogwatertoeristenboot uit Deventer weer aan.
Hij brengt ons een lading dagjesmensen, ik zie ze al staan.
Hoe kabbelt de IJssel al op en al neer.
Als het water straks gezakt is, vaart hier weer het veer.
[Gorssel, 16 januari 2011]

(c) Sander Grootendorst

zondag 9 januari 2011