zaterdag 13 januari 2018

De Kift in het Burgerweeshuis

Ik zing dit lied als tijdverdrijf


Vier van de twaalf: Eilidh Martin (cello), Saskia Meijs (altviool), Ferry
Heijne (stem), Wim ter Weele (schilderij) tijdens het nummer D.
Als publiek weet je vaak niet waar je kijken en luisteren moet, zoveel gebeurt er op het podium bij een optreden van De Kift. Wie even niet oplet, kan het zomaar ontgaan dat de drummer tussendoor is opgestaan en aan een schilderij is begonnen. De werken die hij, Wim ter Weele, tijdens het concert heeft vervaardigd, gaan van de hand voor het bedrag dat de koper 'ervoor over heeft', meldt bandleider Ferry Heijne na het slotnummer. Ter Weele en Heijne zijn de mannen van het eerste uur bij  De Kift, dertig jaar geleden opgericht.
In deels vast, deels wisselend gezelschap veroverde de band een cultstatus met zijn unieke combinatie van punk en fanfare, rijk aan muzikale en poëtische inhoud. Zang, gesproken woord en een scala aan instrumenten – recentelijk zijn cello en altviool toegevoegd – vormen een fantasierijk, feestelijk en vaak  ook dromerig geheel. De woorden zijn door Ferry Heijne wakker geschud uit de wereldliteratuur en in de muziek ondergebracht.
Het ene moment voelt het alsof je je in het plaatselijk carnavalsgedruis bevindt, het volgende alsof je in een parallel universum bent beland. Alsof er een – dicht opeengepakt – stelsel van twaalf sterren op het podium staat te swingen.
De ster heet een van de nummers van de nieuwe cd Bal, die vrijdagavond in z'n geheel werd uitgevoerd in het Burgerweeshuis in Deventer. Op het als een ouderwetse landkaart in de cd-hoes meeverpakte geïllustreerde tekstvel – makkelijk uit-, maar nauwelijks terug te vouwen –, staat dat de tekst afkomstig is van onder anderen de Duitse schrijver Elias Canetti, de Italiaanse dichter Francesco Petrarca en de Russische dichter Sergej Jesenin.
Weinig muzikanten op deze aardkloot zijn zo belezen als Ferry Heijne. Niet dat hij zich erop voorstaat. De woorden klinken op de eerste plaats als een liefdesverklaring aan de literatuur, een weerspiegeling van de grootsheid daarvan. Ze tuimelen over elkaar heen, nu eens uitbundig, dan opeens weer ingetogen. 
Je maakt het zelden mee bij een popconcert in Nederland: maar bij het fijngevoelige nummer D. kon je in het hele Burgerweeshuis een speld horen vallen. Niemand sprak er doorheen.
Het is feest op de cd, maar dan wel in het aangezicht van de eindigheid van het bestaan. Wat blijkt? Des te fijner het feest!
De literatuur is een ster, 'iemand die na honderden jaren precies nog hetzelfde eet als toen hij twintig was', de muziek is een ster – maar wij zijn stervelingen. Hoe zullen we het begrensde aantal uren dat ons is toebemeten besteden? De Kift stelt voor: met muziek en poëzie. 'Ik zing dit lied als tijdverdrijf', laat Heijne de toehoorders weten, in het voetspoor van de Franse schrijver Louis Aragon.
Alle nummers op Bal gaan op een of andere diepzinnige manier over het verstrijken van de tijd. 
Een concert van De Kift is altijd ook een knipoog naar de tijd.
Een vette knipoog.


De Kift op een volgepakt podium, met onder anderen: Frank van den
Bos (toetsen), Roos Janssens (baritonsax), Wim ter Weele (stem).

Op de achtergrond nog zichtbaar: Lot Vandekeybus (trombone)
en Pim Heijne (gitaar).

sander grootendorst © 2018





zondag 7 januari 2018

Talent voor compassie

Zutphen maakt de laatste tijd nadrukkelijk reclame voor zichzelf als gemeente van talenten. Die heb je hier inderdaad in alle soorten en maten. En nieuwe talenten zijn welkom, overal vandaan. Talent valt vaak samen met passie. Ik heb er voor het dagblad waarvan ik medewerker ben vaak over mogen schrijven.
Uiteraard heeft Zutphen niet méér talent, niet méér gepassioneerde inwoners dan andere gemeenten in deze gecompliceerde, prestatiegerichte wereld. Waar lang niet iedereen de vaardigheid heeft om mee te komen. Of de wil. Denk aan ouderen met dementie. Of aan jongeren die afhaken in het veeleisende onderwijssysteem. Er zijn veel voorbeelden. Over hen heb ik eveneens vaak geschreven.
Het moet denk ik óók het grote talent van Zutphen zijn om compassie en geduld te hebben met iedereen, jong of oud, die buiten de boot valt. Over die vaardigheid, dat mededogen, beschikte Zutphen al door de eeuwen heen. Het heeft zijn huidige status als gewaardeerde provinciestad er mede aan te danken. Dat talent verdient het om te worden gekoesterd, en vooral: verder te worden uitgebouwd.
Talent, passie, compassie.
Verbeter de wereld, begin in...
Zutphen, stad van compassie.




© sander grootendorst 2018






maandag 1 januari 2018

Doe wel en zie om



Een appelvink kijkt om van het laatste kalenderblad, terug in de tijd. Gefotografeerd door Wim Smeets. Na vijftig jaar is er einde gekomen aan de jaarlijkse vogelkalender van stichting Het Vogeljaar. Ik heb ze nooit weggegooid, hier in huis bevinden zich een stuk of vijfenveertig exemplaren uit de reeks, die mede bedoeld was om het werk van vogelfotografen te stimuleren. Toch wel leeg aan de muur nu. 

zondag 31 december 2017

Spiegel der natuur


Van de zes romans die de redactie van De Correspondent dit jaar naar eigen zeggen ‘niet kon wegleggen’, dateert er eentje niet van 2017 maar van 2015. ,,Hij verscheen pas dit jaar op mijn radar,” verklaart milieuredacteur Jelmer Mommers. De decembermaand is traditiegetrouw vergeven van lijstjes met ‘de beste boeken’, ‘de beste platen’ enz. van het voorbije jaar. Prettig dus dat het overzicht van De Correspondent meer een anti-lijstje is. Goede literatuur laat zich niet rijmen met een jaaroverzicht. ‘Het proces’ van Kafka was wellicht de beste roman die in 1925 verscheen; die kwalificatie biedt geen enkele meerwaarde. Kafka schreef het al in 1914.
De Correspondent geeft van alle zes een korte bespreking: Uit ‘Het tegenovergestelde van een mens’ van Lieke Marsman – de voorkeur van podcast-redacteur Yelena Schmitz – wordt het volgende citaat ontleend: 
‘We kunnen er niet tegen dat er niemand iets terugzegt, dat we nog altijd geen dieren hebben horen praten. (...) En dus zetten we ons af door al die zwijgende natuur om ons heen te vernietigen, als een wanhopige geliefde die maar niet wordt terug ge-sms’t en het in het café op een zuipen zet.’
Uit ‘An Account of the Decline of the Great Auk, According to One Who Saw It’ van Jessie Greengrass (geen roman maar een verhalenbundel), het boek uit 2015, citeert De Correspondent:  ‘There was something in  their passivity that enraged us … We felt in them a mirror of our sin.’ (Woorden gesproken door een alkenjager). De reuzenalk, een pinguin-achtige vogel, zo’n vijfenzeventig centimeter hoog, is in 1852 uitgestorven. Hij leefde onder meer op Groenland en in Canada. Jagers hebben hem uitgeroeid.
De beide citaten hebben ontegenzeggelijk met elkaar te maken. Ze gaan over de verhouding tussen de mens, de controle-freak die alles naar zijn hand wil zetten, en de natuur, ‘die niets terugzegt’, wat dermate op de zenuwen van de mens werkt dat hij z’n bijl erin zet, of z’n geweer erop richt, of toch op z’n minst: dat hij de boel gaat aanharken of de bladblazer in werking zet. Uiteraard zijn er bepaalde vormen van ‘overlast’, zoals herfstblaadjes waarover je zou kunnen uitglijden, of roeken die vanuit de bomen waarin ze nestelen de auto’s met hun uitwerpselen bevuilen. Natuurnieuws in de krant en op tv heeft veelal betrekking op ‘overlast’ en ‘schade’. Waarop de ‘benadeelde’ niets beters weet te verzinnen dan het geweer erbij te halen. Of het gif. Of de zaag (Roeken mag je bij wet niet vergiftigen of doodschieten, maar je mag wel de bomen omleggen zodat ze er hun nest niet meer in kunnen bouwen).
Ik heb me altijd afgevraagd waarom zoveel mensen zo’n hekel hebben aan die interessante, mooie en fascinerende natuur. Waarom gaat die hekel verder dan wat je met een beetje goede wil nog onder ‘overlast’ kunt scharen?
Een religieuze context is er zeker, zoals door Greengrass aangegeven: de mens als heerser en de natuur als ‘spiegel van onze zonden’. Dáárom moet die vos dood.
En daarnaast de – eveneens antropocentrische – context van ‘gebrek aan liefde’, zoals gesignaleerd door Marsman. Dáárom moeten die blaadjes weg. En zelfs acuut.
De spiegel van onze onvrede. 
Niettemin zullen we het samen met de natuur moeten rooien, anders zingen we het op deze planeet niet lang meer uit. De liefde zal van onze kant moeten komen.






Jaarwisseling der kalkoenen


Zeg, hen.’
‘Ja, haan.’
‘Weet je welke dag het is?’
‘De laatste dag van het jaar.’
‘Precies. Dus we hebben het gered.’
‘Yes!’
‘Thanksgiving en Kerstmis zijn voorbij.’
‘Fijn dat ze Thanksgiving in Nederland niet hebben omarmd zoals Halloween.’
‘Gaat vast nog gebeuren.’
’Ik hoop toch van niet.’
‘Vandaag nog even zien door te komen…
‘… dat vuurwerkgeknal ja, ik word er helemaal leip van.’
‘En dan hebben we weer een jaar overleefd.’
‘Op naar het volgende!’
‘Gelukkig nieuwjaar, hen!’
‘Gelukkig nieuwjaar, haan!’


sander grootendorst © 2017

dinsdag 26 december 2017

donderdag 14 december 2017